Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
339 LXXII. IN GETHSÉMANÉ.

van hen, die Hij liefheeft; opdat Hij
gevoelen zou, dat zij met Hem mede lijden,
Hoe dit? Heeft Hij daar behoefte aan?
Ja, «in alles» aan ons gelijk, Hebr. H :
17. — Hebben tuy niet gaarne, dat anderen
« met ons waken » ? ( Voorbeeld. — Een
zwaar onweer des nachts — geeft het dan
geen troost, wanneer men iemand bij zich
heeft, die ook waakt., al kan hij eigen-
lijk niet helpen?). Zie, Hij komt bij hen
terug in Zijn doodsangst — bidden zij
met Hem? Denken zij dan met liefde aan
hun Meester, of spreken zij van Hem?
vers 40, 43 — welk eene teleurstelling —
hoe diep moet Hij hunne ondankbaarheid
gevoelen! In hunne smart had Hij hen
getroost; Joh. XIV — welke droefheid
was echter het grootst, de hunne of de
Zijne?
(b) Opdat zij zeiven versterkt zouden
worden. Waarom ? «Omdat gij niet in
verzoeking komt». Waartegen zijn zij juist
gewaarschuwd, zelfs nadat zij de stad heb-
ben verlaten? vers 30, 31. En welk eene
gelegenheid om zich voor te bereiden, op
deze eenzame plaats, terwijl Jezus het
voorbeeld geeft! Waarom grijpen zij die
niet aan? Waarom zijn zij niet allen in
ernstig gebed ? Zie vers 33, 35 — zij ver-
trouwen op zichzelven — zij hun Meester
verlaten? Hoe zoude zoo iets kunnen ge-
beuren ! En zij willen ook standvastig zijn —
Jezus weet dat (« de geest is gewillig »); —
maar zij vergeten hoe zwak het vleesch
is; hoe blijkt dit hier! Is hunne vermoeid-
heid eene verontschuldiging? In het geheel
niet, maar eene reden om nog waakzamer
te zijn. Indien zij « niet één uur konden
waken» (en toch, hoe dikwijls hadden
zij «den geheelen nacht over gearbeid»
visschende op het Meer!) — indien zij op
zulk een oogenblik slapen, hoe zullen zij
dan de groote beproeving, die aanstaande
is, doorstaan?» (Zie 1 Kon. XX : 11; Spr.
XXVIII : 26; 1 Cor. X:12; 2Cor.H:H;
1 Petr. V : 8).
De uitwerking van Christus' gebed —
kracht, kalmte; wat is de uitwerking
van hun slaap eenige minuten later ? vers
52 — «al de discipelen vluchtten. Hem
verlatende!»
Zie hier:
1. Een beeld van wat wij zijn. Wie
onzer kan zeggen, dat hij dezen discipelen
niet gelijk is ? Zijt gij nooit tot zonde ver-
vallen, terwijl gij veilig hadt kunnen zijn,
indien gij slechts bijtijds gebeden hadt?
I lebt gij nooit geslapen, toen gij hadt moeten
bidden ? Hebt gij nooit gedacht: «Ik zou
zoo iets niet doen», en het toch gedaan?
2. Een toonbeeld van wat wij moesten
zijn. Zie 1 Petr. II : 21. Jezus een voor-
beeld — (a) van ernst in het gebed. In-
dien Hij het noodig had, hoeveel te meer
dan wij ! (Ps. L : 15, CXVl: 3, 4, CXX : 1;
Jak. V : 13). (b) Van onderwerping aan
Gods wil. Eiken keer, wanneer wij het
Onze Vader bidden, zeggen wij «Uw wil
geschiede» — meenen wij dit?
Hoeveel gelijken wij op het beeld! Hoe
weinig op het toonbeeld! Laat ons echter
onze zonden en tekortkomingen tot Hem
brengen. Hij draagt dien zwaren strijd voor
ons. Zeker ral Hij, die wilde lijden, ook
willen zalig maken!
Aanteekeningen.
1. De tegenwoordige «hof van Gethsé-
mané» is welbekend door platen en photo-
graphieën. Hij is aan den voet van den
Olijfberg gelegen, een weing oostelijk van
de brug, welke even beneden de Stefanus-
poort over de vallei van de Kedron gaat, en
bij de vereeniging van de twee wegen naar
Bethanië. Zie kaart op blz. 287. Binnen de
omheining zijn acht olijfboomen, die ge-
rekend worden 2000 jaar oud te zijn. Het