Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
IV. DE GE1300RTE VAN JEZUS CHRISTUS.
15
van de verwoesliiigen en de ellende der
burgeroorlogen. In dien tijd besteeg Herodes,
de zoon van Antipater, een Idumeër (d.i.
een Edomiet), den troon, op de bouwvallen
van de, door de maecabeesche vorsten ge-
stichte, dynastie; maar het land was schat-
plichtig aan Rome (zooals sommige Indische
vorstendommen aan onze regeering), waar-
van wij een bewijs zien in de «beschrijving»,
in Luk. II, door den keizet- bevolen. Herodes
deed zeer zijn best om in de gunst der Joden
te staan, door Jeruzalem te verfraaien, en
vooral door den tempel op prachtige wijze
weder op te bouwen; maar zijne vreemde
afkomst, zijne wreede geaardheid, en zijn
smaak voor grieksche en romeische ge-
bruiken werkten samen, om den haat van
het volk tegen hem gaande te maken.
6. Inlichtingen aangaande de joodsche
sekten, de synagogen, enz. — zullen in
volgende Lessen gegeven worden, naarmate
dit noodig is. Voldoende zij het te zeggen,
dat de instelling van de synagoge in twee
opzichten een grooten invloed had:(i)Zij
gaf het volk overal gelegenheid tot open-
bare godsdienstoefening en het hooren lezen
van de Wet, en verhinderde zoodoende het
vervallen tot afgoderij, dat zoo dikwijls
plaats had gehad, toen Jeruzalem het
middenpunt was van godsdienstig onderwijs
en den dienst van God. (2) Zij werkte er
toe mede de verwachting van een toekom-
stigen Messias te voeden, door de geschriften
der profeten onder het volk te brengen.
7. De Joden «in de verstrooiing» maakten
een belangrijk deel uit van het Rijk. Zij
waren in alle steden verspreid, en hadden
groote koloniën, vooral te Babyion, Alexan-
drië (zie Hand. VI : 9) en te Antiochië.
Paulus ontmoette hen, waar hij ook ging;
hij predikte altijd het eerst voor hen;
onder hen vond hij zijne hevigste bestrij-
ders. Hoewel zij door de strenge Joden van
Judea met wantrouwen werden aangezien,
om hun overhellen tot de grieksche ge-
bruiken. woonden zij toch de groote feesten
te Jeruzalem bij, en de didrachmen (Matth.
XVH : 24) voor den tempeldienst, werden
ook van hen gevraagd (evenals de gaven
van Mekka en de Pieterspenning nu). Aan
de Joden van Alexandrië zijn wij de kost-
bare «Septuaginta», de Grieksche vertaling
van het O. Testament, verschuldigd, welke
inderdaad de «Bijbelft van de apostolische
eeuw was, waaruit dikwijls de aanhalingen
uit het O. Testament, die in het N. Tes-
tament voorkomen, genomen werden. De
slechte naam, dien de Joden hadden, komt
duidelijk uit bij Martialis en Juvenalis.
8. Dat er toen een onbestemde ver-
wachting heerschte van Iemand groots,
wordt bevestigd door het getuigenis van
de romeinsche geschiedschrijvers Tacitus
en Suetonius. De laatste zegt: «Er heerschte
een oud en onwrikbaar geloof in het
geheele Oosten, dat uit Judea moesten
komen, die het Rijk zouden beheersclien»).
De verstrooiing der Joden werkte zonder
twijfel mede om dit denkbeeld te ver-
breiden, doordat de profetieën van hun
heilige boeken bekend werden.
Les IV. — De Geboorte van Jezus Christus.
«Een Kind is ons f/ehoren».
Te lezen — Lukas II : 1—20.
Te leeren — Jes. IX : 6; 2 Cor. VIII : 9 (Gez. 46 : i, 5; Gez. 36 : 1).
Voor den Onderwijzer.
Niet de onderwijzer van jongere klassen, maar die van oudere leerlingen-
zal in verlegenheid zijn met het onderwerp van deze Les. De vraag voor hem
is — hoe hij aan zulk een bekend verhaal genoeg aantrekkelijkheid zal geven,
om daardoor levendige belangstelling op te wekken.
Met het oog op deze moeilijkheden is de Schets op eenigszins ongewone