Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
334
LXXI. JEZUS GEBED VOOR ZIJN VOLK.
behoeden, zie Jes. LVII : 1, Vraagt Jezus
dit? vers 15. Waarom moeten de Apos-
telen in de wereld blijven? vers 18 —zij
zijn juist in de wereld «gezonden» («zende-
lingen») — welke generaal zou zijne sol-
daten naar huis laten gaan, uit vrees, dat
zij gewond werden? Elia*s gebed (1 Kon.
XIX : 4) was niet goed. Neen, zij moeten
blijven en vervolgd worden (vers 14). Maar
zij hebben nu in het bijzonder hulp noodig
— waarom? vers 12, 13 — de Meester
gaat weg — tot nu toe heeft Hij hen
veilig bewaard — slechts een enkele is
verloren gegaan, en waarom? «de zoon
der verderfenis» — had zichzelven aan
den Satan overgegeven — toen was hij niet
meer te redden. Maar is de Satan voldaan ? —
hij «begeert» hen allen, Luk. XXH : 31
{zie Les LXIX, Aant. 8); en Jezus ziet al
de gevaren en verzoekingen, die hen spoedig
zullen omringen — wat bidt Hij dus?
Indien God ons «bewaart», hoe veilig zijn
wij dan! Joh. X : 28, 29. Welk een rots-
steen om op te bouwen, Spr. XVIII : 10;
Jes. XXVI : 3, 4. Bidden wij:
«Wil mij Uw bijstand niet onttrekken,
Uw zorg bewaak* mij van omhoog;
Bewaar m* als d' appel van het oog;
Wil mij met Uwe vleuglen dekken.»
Maar hoe kunnen wij afgezonderd-a
zijn — «in de wereld» maar niet «van
de wereld»? Denk aan Jozef in Egypte,
Daniël in Babyion — zij hadden hunne
wereldsche plichten — waren voortdurend
in aanraking met slechte menschen —
maar waren zij aan hen gelijk, waren zij
niet werkelijk afgescheiden? Hoe dan?
Zij wisten, dat zij dienstknechten Gods
waren en schaamden zich niet dit te zeg-
gen — zij beschouwden zichzelven als
voor God afgezonderd. Zie nu het gebed
van Jezus, vers 17 — <nHeilig ze», d. L
zonder ze af. Wij zonderen zekere gebou-
wen af voor den dienst van God, zekere
dagen voor Zijne bijzondere vereering.
Waarom noemen wij den rustdag een
«heilige» dag? omdat hij ook zoo afgezon-
derd is; maar hoe kujinen wij dien dag
afzonderen? door hem te «heiligen»;
daarom zegt Jezus a Heilig ze» — houd
hen afgescheiden, door ze heilig te maken.
Zie 2 Cor. VI : 14-18.
En hoe kunnen wij heilig worden? vers
17 — doorGods Woord. Door het te lezen?
Meer dan dit, zie vers 9, 11 en Ps. CXIX.
2. Voor hunne onderlinge Eenheid,
vers 11, 20—23.
Welke eenheid? vers 22 — « gelijk als
Wij Een zijn» — Christus wil, dat er
evenveel eenheid zij tusschen Zijn geheele
volk, als tusschen Hem en den Vader.
Hoe is het dan als er twisten zijn? En
nijd, lastering, verschil van gevoelen ?
Zoolang deze er zijn, is er geene eenheid,
zooals Hij die bedoelt. Zie Hom. XV: 5, 6;
1 Cor. I : 10, IH : 4; Ef.IV:3—6; Phil.
H : 1—4.
Wat zou de uitwerking zijn van zulk eene
eenheid? vers 21, 23 — de wereld zoude
gelooven! Hier is het middel om de men-
schen tot God te brengen — er is niets,
dat zij zoozeer bewonderen — wanneer
zij het zien — maar hoe zelden gebeurt
dat! Eens hebben zij het gezien, Hand. lY :
32, en wat was het gevolg? Hand. V: 14.
De Heidenen plachten te zeggen: «Zie,
hoe deze Christenen elkander liefhebben a
— zouden zij dat nu ook kunnen zeggen?
Hoe kan zulk eene eenheid bereikt
worden? Slechts op ééne wijze, vers 21
— «in Ons eenHoe zijn de ranken
van een wijnstok vereenigd? Samengebon-
den ? Wat zou dit baten ? Zij zijn één in den
wijnstok. {Nog een Voorbeeld. — De spaken
van een wiel gaan dichter naar elkander
toe naarmate zij dichter bij het middel-
puntzijn). Dus, om anderen lief te hebben,