Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
332
LXXI. JEZUS GEBED VOOR ZIJN VOLK.
Donderdagavond gevierd zijn? Maar zulk
eene ceremoniëele verontreiniging duurde
slechts gedurende den wettelijken dag, d. i.
tot zonsondergang; hoe konden zij dan
aan een Avondmaal denken op Vrijdag-
avond na zonsondergang? Sommigen den-
ken, dat zij in hun Paaschmaaltijd gestoord
waren geworden door hunne bemoeiingen
voor de gevangenneming en het verhoor
van Jezus, en begeerig waren er weder
naar terug te keeren. Op die wijze over-
traden zij wel Deut. XVI : 4, maar om
hunne plannen tegen Christus ten uitvoer
te brengen, wilden zij zich misschien wel
hieraan wagen. Men merke op, dat Jozef
van Arimathea des Vrijdags naar Pilatus
ging zonder vrees voor verontreiniging,
waaruit blijken kan, dat hij het Pascha
gegeten had, en het dus op Donderdag-
avond geweest moet zijn. Anderen denken,
dat Johannes de uitdrukking «Pascha» in
eene ruimere beteekenis gebruikt, en de
zeven gezette feestdagen, als in 2 Kron.
XXX : 22 en zooals hij ook elders schijnt
te doen (lï : 13, VI : 4, XI : 55, XII :
12, 20), er bij neemt.
(d) «Het was de voorbereiding van het
Pascha», XIX ; 14. Dit beteekent, zooals
men zegt, dat het Paaschfeest nog niet
plaats had gehad. Maar de andere Evan-
gelisten noemen den Vrijdag ook «de
voorbereiding» (Matth. XXVlI :62; Mark.
XV : 52; Luk. XXIH : 54), en bedoelen
dan klaarblijkelijk den voorbereidingsdag
voor den wekelijkschen Sabbat (zie in het
bijzonder Markus); en deze benaming was
inderdaad gelijkluidend geworden met Vrij-
dag, daar de voorbereiding door de strenge
wetten voor den Sabbat noodzakelijk was
geworden. Johannes meent dus met deze
uitdrukking «d^ Vrijdag van de Paasch-
week ».
(e) «Die dag des Sabbats was groot»,
XIX: 31. Omdat, zegt men, de feest-sabbat
op den 15den ^'isan op een Zaterdag viel,
was het een dubbele Sabbat. Maar waar-
schijnlijk werd de wekelijksche Sabbat, die
in de Paaschweek viel, in alle geval «een
groote dag» genoemd.
De uitspraken van Johannes schijnen
dus zeer goed vereenigbaar met die van
de Synoptici. Donderdag was de Nisan,
Vrijdag de 15^®; het Pascha viel op Donder-
dagavond, op welken dag het ook door den
Heer gevierd werd.
Men zal misschien vragen: «Kan niet
uit het jaar opgemaakt worden, hoe de
dagen der week en der maand overeen-
kwamen? Maar op de berekeningen kan
niet geheel staat gemaakt worden, en er
bestaat verschil van gevoelen over het
jaar, waarin de Heer gestorven is. In deze
Lessen wordt aangenomen, dat onze Heer
geboren werd in het jaar 5 of 4 v. C.
(A U. C. 749 of 750) en gedoopt in het
jaar 27 n. C. (A. U. C. 780), zie Les IV,
Aant. 1, en dat Zijn openlijke arbeid drie
jaar duurde, waaruit volgen zou, dat Zijn
dood in het jaar 30 (A. U. C. 783) plaats
had. Volgens Wieseler*s geleerde bereke-
ning viel in dat jaar de Nisan op
een Vrijdag, den 7den April; hetgeen
overeenkomt met de hierboven aangeno-
men beschouwitjg.
Les LXXl. — Jezus' gebed voor Zyn volk.
« Een Voorspraak bij den Vader ».
Te lezen — Joh. XVH.
Te leeren — Joh. XVII : 15, 21, 24. (Ps. 130 : 2; Gez. 79 ; 5).
Voor den Onderwijzer.
Dit onderwerp zal zeker door weinig onderwijzei-s «aantrekkelijk» gevonden
worden. Maar wij kunnen niet verwachten, dat elke Les ons goede gelegen-
heden aanbiedt voor beschrijvingen of toelichtingen uit hei, dagelijksch leven;
en deze Les, welke dat niet doel, moet ons daarom tot bijzondere overden-