Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
322
LXIX. HET LAATSTE AVONDMAAL. —
I.
Christus gelijk te zijn. Zie Rom. XH:10;
1 Petr. V : 10.
n. De liefde van Christus ge-
toond in Zijne lankmoedigheid.
1. Zijne lankmoedigheid met den
verrader.
Het avondmaal wordt voortgezet. Maar
een vreemd stilzwijgen heerscht aan de
tafel — Jezus is «ontroerd» — waarom?
vers 21. Misschien om twee redenen: —
(a) smart over de ondankbaarheid van
den verrader, vers 18 (verg. Ps. XLI :
10) — hij is geen openlijke vijand —
dan « zou Hij het hebben gedragen » (Ps.
LV : 13, 14), «maar gij waart het»; (6)
zielsangst over het lot van den verrader,
Matth. XXVI : 24 (verg. Joh. XVII : 12).
Maar bedenk toch — hoe lang is die dief
en verrader bij Jezus geweest? Hoevele
voorrechten heeft hij gehad? Welke teedere
waarschuwingen en raadgevingen? Welk
eene wonderbare lankmoedigheid had Chris-
tus dat Hij hem dien geheelen tijd in
Zijne tegenwoordigheid duldde!
Eindelijk kan Hij het niet langer dragen
— «Jezus betuigde». spreekt het uit,
vers 21. Stel u de ontstelde gezichten voor
om de tafel! Is er twijfel bij hen ? vers 22 —
toch niet over de waarheid van de woor-
den des Heeren — zij roepen niet uit
«onmogelijk!» — och, zij kennen Zijn
ti voorwaar, voorwaar» te goed. En dat
wasschen heeft hen nederig gemaakt, want
wat is de angstige vraag? Niet «Is hij
het?» of «Zijt gij het?» maar — ? Zeker
is het met ontroerde, bevende stem (zie
Matth. — « zeer bedroefd »), dat zij, één
voor één (Mark.), die vreeselijke vraag
doen.
Deelt Jezus het verschrikkelijke geheim
mede? Slechts aan twee: — (a) Aan
Johannes, zie vers 23—26. (/>) Aan den
verrader zelf — waarom dat, wanneer hij
het slechts al te goed weet? Maar zie hoe
1 hij, om ontdekking te voorkomen, even-
j als de overigen de nederige vraag doet
i (Matth.); daarop het fluisterend antwoord
: {zie Aant. 2) — «gij hebt het gezegd »
(Joodsche wijze van «ja» te zeggen).
Brengt de onderzoekende blik des Heeren
hem tot inkeer — doet Zijne teedere
stem zijn hart versmelten? Ach, hij heeft
zijn hart aan een anderen meester ge-
geven (vers 27) en weg gaat hij, uit de
verlichte kamer in de donkere straten
(vers 30) — een beeld van de donkere
gedachten in zijne ziel en van die « bui-
tenste duisternis» (Matth. XXV : 30), waurin
elke «booze dienstknecht» geworpen wordt.
Indien de tegenwoordigheid van den
verrader te zwaar was om te dragen, hoe
zal Jezus zich dan gevoelen nu hij weg
is? Zie hoe Zijn geest, nu die last weg-
genomen is, zich verheft, vers 3t, 32 —
vijfmaal het woord « verheerlijkt » ! Waar-
om «nu» verheerlijkt? Omdat het ver-
trek van Judas het teeken is, dat het kruis
op handen is (Zie Joh. XII : 23. 32).
2. Zijne lankmoedigheid met Petrus en
de anderen.
Is er geen ondankbaarheid meer nu
Judas weg is? Geen kwaad meer door den
Satan gesticht in deze kleine schare? -Jezus
moet nog meer dragen. Wat heeft Hij,
zelfs sedert zij zich voor het avondmaal
hebben neergezet, te bestrallen gehad?
En wat zullen deze Elven dezen zelfden
nacht doen? Mark. XIV : TjO.
Zie nu hoe Jezus Zijne liefde voor deze
zwakke en wankelmoedige discipelen toont.
Luk. XXH : 31—34 : — (a) Eene liefde-
rijke waarschuwing: de Satan zoekt hen
{Zie Aant. 8). {h) Eene liefderijke verze-
kering, in het bijzonder aan Petrus ge-
geven, omdat deze het diepst zal vallen
— «Ik heb voor u gebeden»; en «als
hij valt, zuo wordt hij niet weggeworpen »
— waarom? Zie Ps. XXXVn:24. Hooren