Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
LXIX. HET LAATSTE AVONDMAAL.
I.
321
I. De liefde van Christus ge-
toond in Zijne vrijwillige verne-
dering.
Jezus neemt Zijne plaats aan de tafel
in. Wat is er gaande met de Twaalven?
Luk. XXH : 24 — twistten zij zelfs daar,
zelfs dan — waarom? Zeker wilden zij
allen de beste zitplaatsen hebben. Waaraan
hadden zij moeten denken? Luk. XIV : 7 —
11. Nog eene reden:—hier is het bekken,
enz. Wie zal nu het werk van een dienst-
knecht doen, en de voeten zijner metge-
zellen wasschen? Zij zijn allen te trotsch
of te afgunstig — allen zitten nu aan,
en geen van hen is nog gewasschen. Maar
zie — Jezus staat op; en dan — zie vers
4, 5 — Hij, hun Heer en Meester (vers
13, 14), «van God uitgegaan en tot God
heengaande», (vers 3) vervult daar de
plichten van een slaaf voor Zijn eigen
schepselen! Hier is zelfvernedering,neer-
buigende liefde — kon Hij zich nog lager
neerbuigen dan Hij hier deed"!{Zie Aant. 3).
Stel u hunne sprakelooze verlegenheid
voor, terwijl Hij rondgaat. Een gevoel van
diepe schaamte maakt zich van hen meester,
wanneer Hij hunne voeten aanraakt! Maar
een hunner kan niet langer stilzwijgen—
Petrus' voeten gewasschen door Petrus'
Heer? — «nimmer, nimmer!» (Zie Aant. 4).
En toch vraagt hij een oogenblik daarna
om geheel gewasschen te worden, vers 9 —
hoe komt dit? — ja, hij ziet wat Jezus
bedoelt — dit wasschen moet hen herin-
neren aan een ander wasschen, het was-
schen der zielen van de zonde — hij
gevoelt, dat dit nooit genoeg op hem toe-
gepast kan worden (verg. Luk. V : 8).
Maar bedoelt Jezus dit? zie vers 10 — Hij
zegt: «Gij zijt rein» — Hij had hen reeds
lang van de zonde gereinigd. Waartoe is
dan eene verdere reiniging noodig? Omdat
zij eiken dag opnieuw bevlekt worden —
evenals de voeten bij het loopen onrein
worden, ook na een bad {Zie Aant. 5),
Weder zit Hij aan tafel. Hoor Zijne vraag,
vers 12 — kunnen wij die beantwoorden ?
Beproeven wij het I
1. Dat Christus ons van de zonde moet
reinigen. En indien dit niet gebeurt —?
zie vers 8. Hoe reinigt Hij ons? Zie Openb.
I : 5; 1 Cor. VI: 11. «Er is eene fontein»
(Zach. XIH : 1) en zondaars, die daarin
gewasschen worden, verliezen al hunne
onreine vlekken.
Maar het moet ons niet genoeg wezen een-
maal gereinigd te zijn, — zondigen wij niet
eiken dag ? Dan hebben wij ook eiken dag
behoefte aan nieuwe reiniging — wij bidden
dus in het Gebed des Heeren even goed
om dagelijksche schuldvergeving als om
« dagelijksch brood », zie 2 Cor. VII : 1;
Tit. Hl : 5 (t en vernieuwing »), 1 Joh. 1: 7.
2. Wat Hij deed om ons van de zonde
te reinigen. In die opperkamer zien wij
een beeld van hetgeen Hij voor ons allen
gedaan heeft. Hij «leidde Zijne kleederen
af» — zoo legde Hij voor ons Zijne heer-
lijkheid af, 2 Cor. VIH: 9. Deed het werk
eens dienstknechts — zoo heeft Hij voor
ons « de gestaltenis eens dienstknechts aan-
genomen », Phil. II : 7; Hij wiesch men-
schen, die Hem gingen verraden, verloo-
chenen, verlaten — voor wie heeft Hij
dus geleefd, geleden en is Hij gestorven?
Rom. V : 8; verg. Luk. V : 32, XV : 2,
XIX : 10. Was dit niet nog dieper « neer-
buigen » ?
3. Hoe wij Hem moeten navolgen, vers
13-15; verg. XXH : 25—27. Bedoelt Hij,
dat wij elkanders voeten behooren te
wasschen? Ja, indien het noodig is. Maair
niets anders? Alles, wat eene vriendelijke
daad is voor anderen, hoe gering en onaan-
genaam zij ons ook toeschijne. Zegt gij:
«Ik zou alles willen doen, maar niet dit
of dat »? — dan zijn dit en dat juist de
dingen, welke gij doen moet om aan
21