Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
320
LXIX. HET LAATSTE AVONDMAAL. — I.
te verhalen heeft aan kinderen, die niet kunnen lezen, kan natuurlijk niet
aldus te werk gaan; maar het is misschien nog noodzakelijker voor hem, om
de opvolging en het verband der voorvallen duidelijk voor oogen te hebben.
De moeilijkheden, welke gepaard gaan met de harmonistische schikking
van de vier verhalen, wordt in 't kort behandeld in Aant. 1; maar alle be-
zwaren, die mochten voortkomen uit de voornaamste vraag, nl. waar in het
verhaal van Johannes de instelling van des Heeren Avondmaal gevoegd kan
worden, zijn hier vermeden door het eenvoudige hulpmiddel, ora dit belang-
rijke onderwerp afzonderlijk in eene tweede Les te behandelen. Andere moei-
lijkheden behoeven eigenlijk niet voor te komen, indien de onderwijzer, in
plaats van het hoofdstuk en de gelijkluidende gedeelten geheel door te lezen,
zich vergenoegen wil om den in de Schets aangegeven gedachtengang te volgen,
waarbij de voorvallen naar de practische lessen, die zij inhouden, en niet naar
hunne juiste volgorde geschikt werden.
Nu de geschiedenis van het laatste lijden van onzen Heer een aanvang neemt,
trachte de onderwijzer vooral den kinderen een indruk te geven van den
hoogen ernst van hetgeen zij gaan bestudeeren. Indien zoowel onderwijzers als
leerlingen tot het onderwerp naderen in den geest van Gods bevel aan Mozes:
«Trek uwe schoenen uit van uwe voeten, want de plaats, waarop gij staat, is
heilig land» — dan kunnen zij zekerlijk op dit gedeelte van hun onderwijs
een zegen verwachten.
Schets van de Les.
Het is Donderdag, de 14'ie Nisan {zie
Aanh. XH, blz. 330), de dag, waarop, toen
de Israëlieten nog slaven in Egypte waren,
God bevel gaf tot het slachten van lam-
ineren voor het Paaschfeest (Exod. XH : 6).
In Jeruzalem zijn allen druk bezig — de
Tempel is vol van menschen, die met
huiine offeranden komen — zij, die thuis
zijn, vegen alle vertrekken, om zeker te
wezen, dat niet de minste zuurdeesem blijft
liggen. Hier is een man, die eene groote
opperkamer heeft, van welke hij geen ge-
bruik maakt — natuurlijk wil hij die leenen
aan eenige andere Joden, die van verre
streken zijn gekomen voor hun feest —
ja, en hier zijn twee bezoekers, die haar
hebben besproken. Wie zijn zij? Hoe
hebben zij den man aangetroffen? Zie Luk.
XXH : 7—13. Is de kamer gereed? Ja,
eene tafel, rustbank, schotels, enz. —
water, een bekken, een doek, voor het was-
schen der voeten {zie Aant. 3), maar wat
moeten Petrus en Johannes nog meer
bereiden? — het lam, ongezuurde koeken,
bittere kruiden, wijn {Zie Aant. 1, volgende
Les). Daarna komen des avonds Jezus en
de andere tien.
Dit is het «Laatste Avondmaal» —het
laatste maal, dat Jezus neemt vóór Zijn
dood. Zie hoe Johannes zijn verhaal begint,
vers 1, het is eindelijk «de wre», ein-
delijk de tijd, waarnaar de Heer verlangd
had {Les L) — hoe vervuld is Zijn geest
van hetgeen komen zall — en toch, ver-
geet Hij Zijne discipelen? Onwetend, zwak,
zondig zijn zij — echter «heeft Hij lief tot
het einde» (vers 1), hoe groot Hij ook is
(vers 3), welk eene heerlijkheid Hij ook
ontvangen zal (vers 31, 32, verg. Rom.
VHI : 35-39). Zie hoe Zijne liefde zich
aan dien disch openbaart, misschien hel-
derder dan ooit te voren. Op twee wijzen: