Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
319 LXIX.
HET LAATSTE AVONDMAAL. —
I.

waarom het Avondmaal hier vermeld wordt;
toch spreken niet Mattheus en Markus,
maar maakt Johannes melding van Judas
bij de beschrgving van het Avondmaal.
Deze bijzonderheden zijn merkwaardig, op
welke wijze wij ook de volgorde bij Mat-
theus en Markus verklaren.
4. Velen hebben gepoogd de boosheid
van Judas te verzachten. Men heeft b. v.
verondersteld, dat hij, in zijn ongeduld om
Jezus met de koninklijke waardigheid
bekleed te zien, dacht, dat hij door zijn
verraad Hem zou dwingen het volk tot
Zijne verdediging op te roepen. Het een-
voudige antwoord hierop is, dat de Schrift
geene de minste aanleiding geeft tot deze
gedachte. De Evangelisten stellen de laag-
heid van het karakter des verraders voor
zonder één verzachtenden trek, en het
eenige, dat toegegeven kan worden, is,
dat Judas, die gezien had hoe zijn Meester
bij vroegere gelegenheden aan Zijne vij-
anden had weten te ontkomen, zijn ver-
raad kon verontschuldigen door voor te
geven, dat Jezus, indien Hij wilde, weder
hetzelfde kon doen. Aan den anderen kant
kunnen wij niet gelooven, dat de hoop op
eene geringe belooning zijne eenige drijf-
veer was, en het is in de grootste mate
waarschijnlijk, dat zijne gevoelens van dien
aard waren, als in de Schets is aangegeven.
5. De «zaal» van Kajafas (Matth. XXVI:
3), waar de overeenkomst met Judas
gesloten werd, was volgens de overle-
vering op den heuvel, die zich aan den
overkant van de vallei van Hinnom ver-
heft, ten zuiden van Jeruzalem, en die
nog de Berg des Boozen Raads genoetnd
wordt.
6. «Dertig zilverlingen» — zilveren
sikkels, een Hebreeuwsch gewicht uit
vroegere tijden. Deze som was de prijs,
die voor een slaaf betaald moest worden,
welke door een os gedood was (Exod.
XXI : 32). Zie ook Zach. XI: 12; en ver-
gelijk de «twintig zilverlingen », waarvoor
Jozef verkocht werd.
Les LXIX. — Het Laatste AvondmaaL — I.
(kMaar ik hen in het midden van w, als een, die dient.y>
Te lezen — Joh. XIII; (verg. Matth. XXVI : 17—29; Mark. XïV : 12—25;
Luk. XXII : 7—38).
Te leeren — Joh. XIII : 1; Matth. XX : 26—28. (Gez. 47 : 2; Gez. 67 : 1).
Voor den Onderwijzer.
De vier verhalen van het Laatste Avondmaal moeten zorgvuldig vei-geleken
en bestudeerd worden, indien de onderwijzer aan zijne klasse een helder
inzicht wil geven in het onderwerp, dat hij moet behandelen. Het is zeer
aan te raden, om, in gevallen gelijk aan dit, waarin naar de vier Evangeliën
verwezen moet worden, aldus te doen: men late de drie beste leerlingen met
de overeenkomstige plaatsen in de drie andere Evangeliën opengeslagen voor
zich zitten, terwijl de overigen dat gedeelte voor zich hebben, dat in hoofdzaak
gevolgd wordt; wanneer nu naar een dier plaatsen verwezen moet worden,
zegge hij: «Hendrik zal het antwoord op deze vraag in Lukas vinden»,
of «Willem, wat zegt Markus hiervan?» Het spreekt vanzelf, dat de onder-
wijzer vooraf nauwkeurig moet weten wat elk der Evangelisten zegt, en het
juiste punt, waarop naar deze of die plaats verwezen moet worden; maar
indien deze wijze van doen goed uitgevoerd wordt, zal de belangstelling der
klasse er zeker door worden opgewekt. De onderwijzer, die de geschiedenis