Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
314 LXVII. OP DEN OLIJFBERG. - OVER HET LAATSTE OORDEEL.
voor ons kunnen openen, omdat zij alle
onvolmaakt, alle met zonde bevlekt zijn?
Maar voor onze zonde stierf Hij — Zijn dood
alleen kan ons vrij pleiten — en daarom
zeggen wij, ziende op dat Laatste Oordeel:
Aanteekeningen.
Geen dwaze vrees beklemm' het harte.
Of wanhoopt ooit het kind?
Het voelt te midden zijner smarte.
Dat hem zijn vader mint.
1. Dit gedeelte wordt wel eens, zeer
verkeerd, de Gelijkenis van de Schapen
en de Bokken genoemd. De overgang van
beeldspraak tot gewone taal in vers 31 —
« Wanneer de Zoon des Menschen komen
zal», enz. — is zeer duidelijk. De « schapen
en de bokken» worden slechts in eene
enkele zinsnede als voorbeeld genomen:
« Hij zal ze van elkander scheiden, gelijk
de herder de schapen en de bokken
scheidt», enz.
'2. Vele profetische schrijvers en som-
migen der beste Schriftuitleggers meenen,
dat dit Laatste Oordeel geene eigenlijke
betrekking heeft op de geheele mensch-
heid ; zij meenen, dat, daar het volgens
Openb. 'XX komen zal na het tijdperk
(gewoonlijk het Duizendjarig Rijk genoemd),
gedurende hetwelk de heiligen, die deel
hadden aan de «eerste opstanding met
Christus « op aarde zullen heerschen », het
slechts zal gaan over de menschheid zonder
deze heiligen. Anderen denken, dat de Heer
hier slechts het Oordeel over de Heidenen
beschrijft, wanneer allen, die zich Chris-
tenen noemden, reeds, zooals in de vooraf-
gaande gelijkenissen aangetoond wordt,
geoordeeld zouden zijn. Eene derde opvat-
ting is, dat dit oordeel alleen is voor de
Christenen. Maar, ofschoon Openb. XX met
zekerheid schynt aan te duiden, dat het
Laatste Oordeel geheel op zichzelf staand
en door een onbekend tijdperk van de
Wederkomst van Christus gescheiden zal
zijn (zie Aanhangsel X, blz. 302), is toch,
volgens de meening van de meeste Christe-
lijke schrijvers, het denkbeeld, dat het
geheele menschelijke geslacht dan geoor-
deeld zal worden, het meest in overeen-
stemming met den geest der geheele
Schrift. De vele uitdrukkingen, welke er
op wijzen, dat de heiligen «niet in het
gericht zullen komen», zijn niet in strijd
met deze opvatting. Zij komen overeen
met de belofte, dat zij, die gelooven, «niet
zullen sterven ». Letterlijk genomen, zullen
zij sterven en geoordeeld worden; maar
de dood is voor hen de poort des levens
en het oordeel is voor hen slechts de open-
bare kwijtschelding hunner schuld en recht-
vaardiging voor de verzamelde volkeren.
3. Sommigen beperken de woorden «deze
Mijne broeders» tot de dienstknechten van
Christus. Het is zeker, dat eene bijzondere
liefde voor Zijn volk een bewijs is, dat
men tot Zijn volk (1 Joh. III: 14) behoort,
en eene bijzondere belooning (Mark. IX : 41)
zal ontvangen; en de naam komt hun
in een meer bepaalden zin toe (Matth. XH :
48—50; Hebr. II: 10—13). Niettegenstaande
dit, kunnen de woorden hier niet zoo be-
perkt zijn; want de vraag der rechtvaar-
digen toont duidelijk aan, dat zij deze daden
van barmhartigheid gedaan hadden zonder
te denken of te vragen wie zij hielpen,
alleen gedreven door eene allesomvattende
liefde. Verbeeld u, dat de barmhartige
Samaritaan zich eerst overtuigd had, wie
en wat de gewonde man was! En zouden
de woorden van Christus hier niet even
toepasselijk op hem zijn, wat ook het
geloof en de leefwijze des lijders ware?
Men moet niet voorbij zien, dat de Vleesch-
wording eene zekere verwantschap tot
stand had gebracht tusschen het geheele
menschelijke geslacht en den Zoon van
God. Allen zijn onder den invloed hier-
van; b.v. wordt de algemeene opstanding
aldus verklaard: « Want gelijk zij allen in
Adam .sterven, alzoo zullen zij ook in
Christus allen levend gemaakt worden».
Maar deze verwantschap vermeerdert slechts
de schuld van hen, die den Zaligmaker
verwerpen.