Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
310
LXVII. OP DEN OLIJFBERG. - OVER HET LAATSTE OORDEEL.
« Gy wist, dat ik enz. Waarschijnlijk
ironisch: «Het zij zoo— gesteld, dat ik —
toch op grond van uw eigen beweren», enz.
5. «Wisselaars», d.i. bankiers. «Woeker»
beteekent eenvoudig interest; maar de
rente was in vroeger dagen zeer hoog.
6. « £en iegelijk, die heeftenz. Dit
is de wet der natuur. Kracht wordt door
inspanning verkregen. Ongebruikte lede-
maten verminderen, terwijl de rechterarm
van den krijgsman grooter wordt dan zijn
hnkerarm. Voorbeelden, dat het verbeurde
talent aan een ander gegeven wordt, komen
voor in 1 Sam. XV en Hand. I; verg. Openb.
IH : 11.
7. De Gelijkenis van de Talenten ver-
schilt in vele opzichten van die van de
Ponden. Deze wordt tot de discipelen ge-
sproken, gene tot de menigte. Hier is de
heer een eenvoudig man; daair een Koning.
Hier zien wij alleen dienstknechten; daar
ook de vijandige «burgers». Hier is de
grootte der gaven verschillend, terwijl de
belooning der getrouwe dienstknechten
naar evenredigheid gelijk is; daar werd
aan allen een «pond» gegeven, maar de
winst was zeer verschillend. De leering
is dus niet dezelfde: de «Talenten» zijn
eene toelichting voor gelijke getrouwheid
bij ongelijke krachten, de « Ponden » voor
verschillende mate van behaald voordeel,
bij gelijke omstandigheden.
Les LXYII. — Op den Olyfberg. — Over het Laatste Oordeel.
« Want wij zxdlen allen geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus.»
Te lezen — Matth. XXV : 31—46.
Te leeren-^ Cor.V:10; Openb. XX : 11,12. (Ps.96:9; Gez. 142:5; Gez.l58:2).
Voor den Onderwijzer.
Het kan niet missen, of deze Les zal, ook behandeld door een onderwijzer,
die zich geene bijzondere moeite geeft, belangrijk en vruchtbaar voor het
gemoed der kinderen zijn. Men drage er echter zorg voor, de juiste betrekking
aan te duiden, waarin de door «den Koning» vermelde daden van liefde en zelf-
opoffering staan tot het lot der rechtvaardigen en der boozen. Het denkbeeld,
dat wij den Hemel kunnen verdienen krachtens onze gebrekkige, onvolmaakte
deugden, is zoo ingeworteld bij ons, dat dit gedeelte (misschien onbewust)
door de kinderen ten gunste van dit denkbeeld verdraaid zal worden, indien
de onderwijzer zich niet zeer duidelijk over dit onderwerp uitlaat. «Gerecht-
vaardigd door het geloof zonder de werken der wet» — ziehier de groote
waarheid, welke ons in de Schrift verkondigd wordt. Terzelfder tijd werpt
geen gedeelte, wanneer het goed gelezen wordt, meer licht op de uitdrukking
van Jakobus «gerechtvaardigd uit de werken », dan hetgeen wij heden voor
ons hebben.
Onderwijzers, die datgene, wat in Les LVll en LX wordt betoogd, in zich
hebben opgenomen, zullen geene moeilijkheid hebben met de hierop vol-
gende Schets.
Dat vooral de eindgedachte van de Schets niet weggelaten worde! Het verband,
hetwelk daar aangeduid wordt tusschen dit hoofdstuk en de twee eerste verzen
van het volgende, is zoo onverwacht, dat het de laatste toepassing met bijzon-
dere kracht doet uitkomen.