Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
307 LXVI. op DEN OLIJFBERG. — OVER DE WEDERKOMST VA N CHRISTUS.
bruikt. Wanneer? Bij de Wederkomst van
den Heer Jezus. De Zoon van God zal
komen, om te beschouwen al hetgeen wij
met Gods eigendom gedaan hebben.
Terwijl hij op dien April-avond op den
Olijfberg zat, verhaalde Jezus den Apostelen
weder eene gelijkenis hieromtrent — Do
Talenten.
I. Het ontvangen der talenten.
Een man gaat op reis — hoe zullen
zijne zaken gedreven worden, terwijl hij
weg is? — hij zal zijn geld onder zijne
dienstknechten verdeelen — zij moeten
het gebruiken, er voor hem zooveel voor-
deel mede verwerven als zij kunnen, en
hem alles bij zijne terugkomst weergeven
{Zie Aant. 2). Merk hieromtrent drie
zaken op:
1. De heer vertrouwde zijne dienst-
knechten. Hoe aangenaam zal dit hun
geweest zijn! Wie wordt niet gaarne ver-
trouwd? {Voorbeeld. — Aan een meisje
wordt voor den eersten keer opgedragen
om op haar kleine broertje te passen — hoe
trotsch is zij dan!). Maar ei' komt nog
een gevoel bij — «Ik moet hiervoor zorg
dragen » {het meisje met het kind — hoe
zorgzaam en voorzichtig is zij) er is ver-
antwoordelijkheid. Hebt gij deze ooit ge-
voeld ten opzichte van Gods gaven? —
het is een blijk Zijner genade, dat Hij ze
aan ons toevertrouwt — maar vergeten
wij de verantwoordelijkheid niet.
2. Zij ontvingen iets kostbaars — een
ft talent», bijna 1200 gulden. Hebt gij er
ooit over nagedacht welke kostbare zaken
wij hebben? Wij allen? Ja, allen hebben
eenig geld — dit is natuurlijk nuttig —
hoeveel kan men er mede doen! Hebt gij
slechts zeer weinig? Maar misschien hebt
gij iets anders — gezondheid — hoeveel
beter heeft een gezonde jongen het dan
een ziekelijke jongen! Tijd — sommigen
werken vroeg en laat het geheele jaar
door, anderen hebben vele vrije uui'tjes —
zijn deze niet veel waard ? Gelegenheden
om iets goeds te verkrijgen en goed te
doen — zijn deze niets «waard»? Hoe
zou het u bevallen, in eene plaats te wonen,
waar geen scholen of kerken waren?
Talenten — zie, hier is het woord zelf!
{wij ontleenen het woord aan de gelij-
kenis) — geen zware staven gouds, maar
kunde, bekwaamheid, geheugen, verstand,
— welke kostbare zaken.
3. Zij ontvingen niet allen evenveel,
vers 15;« naar zijn vermogen». ( Voorbeeld.
— Twee krantenjongens worden door hun
meester uitgestuurd — aan den een
geeft hij vijftig, aan den ander twintig
dagbladen; waarom? de een is vlugger
en onbeschroomder dan de ander, of
de een heeft een betere standplaats dan
de ander). Is dit onrechtvaardig? Maar
het zou onrechtvaardiger zijn, indien hij den
een meer gaf dan hij op zich kon nemen.
n. Het gebruiken der talenten.
De heer is weg. Aan het werk! Welk
gebruik kan er nu van het geld gemaakt
worden? Misschien vertrekt de een naar
Egypte of Perzië — koopt koren of zijde,
verkoopt het weder om winst te maken —
dan neemt hij eene grootere som om nog
meer voordeel te hebben — en zoo gedurig
weder. Maar hij kan verliezen, indien hij
het goed slecht beheert — dus het ver-
eischt voortdurende zorg, waakzaamheid
en inspanning. Een ander koopt land, be-
werkt het, zaait koren, enz. — hier komt
weder onvermoeide arbeid bij te pas. Een
ander, die misschien minder bekwaam is,
— aan wien minder gegeven werd — zet
een winkeltje op — zal zijn best doen.
Maar waartoe al die moeite? Werken zij
voor zichzelf? Is niet de geheele winst
voor den heer? Ja, maarzij liin getrouw —
zorgen zoowel voor zijn, als voor hun
eigen belang.