Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
306 LXVI. op DEN OLIJFBERG. — OVER DE WEDERKOMST VA N CHRISTUS.
Les LXyi. — Op den Olijfberg. — Over de Wederkomst
van Christas.
« Mijn loon is met Mij, om een iegelijk te vergelden, gelijk zijn werk zal zijn. »
Te lezen — Matth. XXV : 14-30.
Te leeren — Matth. XVI : 27; Openb. XXII : 12. (Gez. 59 : 2; Gez. 60 : 1).
Voor den Onderwijzer.
Een scherpzinnig opmerker heeft gezegd, dat het kenteeken van waren
godsdienst bij een kind een groote teederheid van geweten is. Vandaar, dat de
Heer er bijzonder tegen waarschuwt om a een van deze kleinen te ergeren
Vandaar ook, dat, wat ons eene onbeteekenende fout toeschijnt in een kind,
werkelijk tegen de duidelijke stem van het geweten gedaan werd, en daarom
eene ernstige zonde is. Om deze reden is het onderwerp, dat wij in deze Les
voor ons hebben, bijzonder geschikt om indruk te maken op het gemoed
der kinderen, daar het betrekking heeft op de kleinste bijzonderheden van
het dagelijksch leven, en een glans van heiligheid verspreidt over elk oogenblik
tijds en elk voorwerp, dat zij bezitten. De onderwijzer kan dus niet te veel
tot bijzonderheden afdalen — vooral wat aangaat de gelegenheden om goed
te doen. Een half uurtje, besteed aan het «helpen van moeder», wanneer er
een geliefkoosd boek of spel om gelaten wordt, is — mits de drijfveer dezelfde
zij, als ons in deze Les wordt voorgehouden — een «handelen» in den dienst
van Christus; en zulke bijzonderheden zullen juist medehelpen om de leerin-
gen van de gelijkenis in het geheugen te prenten. Men vreeze niet, dal de
godsdienst op deze wijze een «wettisch» karakter zal verkrijgen. Integendeel,
een kind, dat, op de onschuldigste wijze tracht « God te behagen», zal ook
het eerste zijn om zijn eigen zonde te gevoelen, en zijne behoefte aan het
werk van den Heiland en de genade van den Heiligen Geest. De Wet zal de
meester zijn, die het tot Christus brengt.
Schets van de Les.
Twee jongens geven elk een stuiver in
het zendingsbusje. De een heeft het geld
van zijne moeder gekregen, om het er in
te doen — de ander heeft het verdiend —
welk van de twee heeft van zichzelf
gegeven ?
Maar weet gij wel, dat de stuiver van
den laatste hem toch niet toebehoorde?
Wiens eigendom was hij dan? Zie 1 Kron.
XXIX : 14; 1 Cor. IV : 7. Zegt gij, dat
gij het geld verdient? Wie heeft u ge-
zondheid, kracht, bekwaamheid, tijd ge-
geven om het te verdienen? Het zijn alles
gaven van God. Ja, zelfs wij zeiven, ons
lichaam, onze ziel, onze geest, zij zijn
niet ons eigendom, maar behooren God
toe — « Hij heeft ons gemaakt, en niet
wij» (Ps. C : 3) — Hij heeft ons ook
gekocht, toen wij aan de zonde en den
Satan verkocht waren — (1 Cor. VI: 19,
20). Maar Gods gaven zijn veelmeer ge-
leende goederen — zij blijven Zijn eigen-
dom. Wij moeten Hem rekenschap geven
van de wijze, waarop wij ze hebben ge-