Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
LXV. AANHANGSEL OVER DEN VAL VAN JERUZALEM.
305
arbeid van het leger werd er rondom de
stad een wal of bolwerk van aarde opge-
worpen. In de tweede week van Juni
werd de burcht van Antonia bij verrassing
genomen, en van 23 Juni tot 15 Juli waren
de nauwe straten het tooneel van zulke
wanhopige gevechten, dat dit gedeelte van
het jaar nog steeds jamin da'éka, « dagen
van ellende», genoemd wordt. Op dien
laatsten dag werd de Tempel door een
fakkel, welke een soldaat er tegen het
bevel des keizers inwierp, in brand gesto-
ken. De Joden bleven echter nog met ver-
twijfeling de Bovenstad (Zion) verdedigen
en wezen met verontwaardiging de her-
haalde voorslagen van Titus van de hand.
De toebereidselen tot den laatsten aan-
val duurden eenige weken, maar ein-
delijk werd hij ten uitvoer gebracht op
(waarschijnlijk) den 11 den September. Den
volgenden dag drongen de overwinnaars
in de stad door, te vuur en te zwaard
werd de algeheele verwoesting van Jeru-
zalem ten einde gebracht.
De ellende, waaraan het vrijheidlievende
volk gedurende en na het beleg ten prooi
was, is niet te beschrijven. Josephus geeft
de gruwelijkste schildering van de gevolgen
van den hongersnood, die alle gevoel van
menschelijkheid verdoofd scheen te hebben;
ook bij Milman, in zijne Geschiedenis der
Joden, zijn vele treilende bijzonderheden
hieromtrent te vinden. Milman zegt: Alle
zachtere gevoel, liefde, eerbied, natuurlijke
genegenheid, waren ten gevolge van de
alles overweldigende ellende verdwenen.
Vrouwen beroofden hare mannen van het
laatste stukje brood, kinderen hunne ouders,
moeders hunne kinderen . . . Indien een
huis gesloten was, veronderstelden zij,
dat de bewoners bezig waren te eten, en
zij drongen met geweld naar binnen en
haalden de kruimels tot uit den mond van
hen, die voedsel gebruikten. Oude menschen
werden gegeeseld, totdat zij de spijze los-
lieten, welke zij met vertwijfeling in hunne
handen vastklemden .... Kinderen, die
het weinige, dat zij hadden, trachtten te
beveiligen, werden gegrepen, in de rondte
gezwaaid en met geweld op de steenen
neergesmeten . . . Het walglijkste voedsel
werd tegen een ontzaglijken prijs ver-
kocht. Zij knaagden aan hunne lederen
gordels en schoenen. Gehakt hooi en loten
van boomen werden duur verkocht. De
afgrijselijke geschiedenis van de vrouw,
die haar eigen kind kookte en opat, is
welbekend en is een voorbeeld van de
letterlijke vervulling van Deut. XXVHI :
56, 57. Josephus zegt zelf: «Allerampen,
van het begin der wereldgeschiedenis af,
schijnen in het niet te verzinken, verge-
leken bij die der Joden».
De volgende halve eeuw is een ledig
blad in de geschiedenis van Jeruzalem.
Maar in het jaar 132 deden de Joden eene
wanhopige poging onder een valschen
Messias, ßar-Chochba genaamd, om hunne
onafhankelijkhheid te herkrijgen en den
Tempel hunner vaderen weder op te bou-
wen, welke poging niet zonder veel bloed-
vergieten aan beide kanten verijdeld werd.
Zelfs de bouwvallen, die Titus had laten
staan, werden toen geheel geslecht, de
grond weder omgeploegd, en eene nieuwe
Romeinsche stad met een nieuwen naam
en Heidensche tempels op de heilige plaats
gebouwd. De naam Jeruzalem kwam spoe-
dig weder in gebruik, toen het Christeii-
dom de heerschende godsdienst werd, en
het duurde niet lang of de «Heilige plaatsen»
van weleer werden algemeen vereerd.
Maar toch zijnde Joden nimmer méér dan
geduld geworden, daar, waar eenmaal
David en Salomo heerschappij hadden
gevoerd.
20