Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
299 LXV. OP DEN OLIJFBERCt. -BETREFFENDE DEN VAL VAN JERUZALEM.
bij honderden door hen gekruisigd op den |
Olijfberg, in het gezicht van de stad. Toen
de stad eindelijk genomen werd, werden
alle zieke en oude menschen gedood, de
kinderen als slaven verkocht, velen naar
verschillende deelen van hel Rijk gezonden
om met wilde dieren te vechten op open-
bare vertooningen. En eeuwen daarna
werden de Joden nog overal vervolgd, zelfs
door zoogenaamde Christenvolkeren. En
zelfs nu — is men hun genegen'} — en
nog zijn zij over de wereld verstrooid,
zonder land of eigen koning.
(c) Jeruzalem « door de Heidenen ver-
treden», Luk. XKI : 24. De Romeinsche
generaal, Titus, wenschte den fraaien
Tempel te behouden, maar een soldaat
stak hem in brand — alles werd verwoest.
De muren naar den grond gehaald, de
huizen verbrand, de grond gelijk gemaakt
en omgeploegd — men kon niet zien, dat !
daar vroeger eene stad was geweest!
Naderhand herbouwd, maar sedert dien
tijd in handen der Heidenen — Romei-
nen, Perzen, Saracenen, Turken — en
ook nu nog.
Maar zal dit altijd zoo zijn? Zie het-
zelfde vers — « totdat » zekere « tijden »
vervuld zijn — dus niet daarna. Wij hopen
en gelooven dus, dat eenmaal de Joden
Jeruzalem weder zullen bezitten! Zie Ezech.
XXXVl : 24-38; Amos IX : 11—15;
Zach. Xlf : 0. Maar zullen zij dan nog ;
den Heer Jezus verwerpen? Zie Rom. XI: j
1, 2, 15, 23—31; Zach. XII : lü; Matth.
XXHI : 30 (Zi^ Aant. 9).
II. De gevaren en de bevrijding
van de discipelen.
Jezus spreekt van drie gevaren; —
(a) Vervolging, vers 9; Luk XXI : 12.
Deze begon zoodra Jezus ten hemel was
gevaren, zie Hand. IV, V, VH, VIH, XIL
En zoo ging het naderhand, zoowel van
den kant der Romeinen als der Joden;
zie 2 Tim. Hl : 11, 12, IV : 16,17 (waar
Paulus spreekt van zijn terechtstaan voor
den wreeden keizer Nero); Hebr. X : 32,
33; 1 Petr. IV : 12-16; Opeub. I : 9,
II : 10, 13. Wij lezen hoe zij onthoofd,
gekruisigd,levend verbrand,aan de leeuwen
tot spijs gegeven werden.
(b) Verraad, vers 10; Mark. XHI: 12;
Luk. XXI ; 16 — zij zouden zelfs door
hunne naaste betrekkingen en vrienden
verraden worden! Meer dan één Judas in
de Kerk! Dit is het ergst van alles (zie
Ps. XLI : 10, LV : 13—15), en het ge-
schiedde: velen, die door Nero werden
bedreigd, maakten bekend waar andere
Christenen gevonden konden worden, om
aan de marteling te ontkomen {Zie Aant. 4).
(c) Bedrog, vers 11, 23, 24. Deze valsche
leeraars — hoe talrijk waren zij en hoe
gevaarlijk! Zie Hand. XX: 30; 2 Cor. XI:
13—15; 1 Tim. IV : 1—3; VI : 3-5;
2 Petr. H; 1 Joh. H : 18, IV:1:Jud.:4;
Openb. H : 2, 14, 15. 20.
Toch zijn er bij al deze onrustbarende
vooruitzichlen twee dingen, die ons kunnen
bemoedigen.
(1) De uitbreiding van het Evangelie,
vers 14. Zie hoever de blijde boodschap
reeds een paar jaar later doorgedrongen
was. Col. I : 6, 23 (Zie Aanhangsel X,
blz. 302). Denk aan de reiden van Paulus,
Rom. XV : 19, orn slechts één Evangelie-
prediker te noemen. En niettegenstaande
allen tegenstand, breidt het Evangelie zich
nog uit. Waarvoor dienen de centen, die
gij voor de zendingsbus geeft?
(2) Zij, die getrouw bleven, zouden
veilig zijn, vers 18; Luk. XXI : 18 —
«niet eert haar verloren gaan!» — hoe
zoo, indien sommigen werden gedood? —
Maar, wat was de dood? Was het niet
het gaan tol deir Meester in Zijne heer-
lijkheid? Hij bedoelt, zooals in Matth. X : 29,
30 — niets zal gebeuren « zonder hunnen