Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
III. DE VOLHEID DES TIJDS.
Les III. — De volheid des tyds.
dEn zij zullen komen tot den wensch aller Heidenenn.
Te lezen — De teksten, in de Les aangehaald.
Te leeren — Ps. CXIX : 126; Matt. IV : 16; Gal. IV : 4 (Ps. : 4, 5;
Ps. 98 : 4; Gez. 281 : 1).
11
Voor den Onderwijzer.
Deze Les bestaat hoofdzakelijk uit bijzonderheden, die de onderwijzer moet
verhalen, om daardoor tot de volgende lessen den weg te banen. De onmoge-
lijkheid is gebleken, om deze zoo saam te dringen en daarbij in eenvoudigen
vorm voor te dragen, dat zij de gewone perken dezer schetsen niet overschrijden,
maar de ijverige onderwijzer zal wel, met behulp van de Aanteekeningen, in
staat zijn om een tamelijk juiste voorstelling te geven van den toestand der
Joden en der Heidenen, ten tijde van Jezus' geboorte.
Daar bijna elk punt in deze Schets door de Schrift wordt toegelicht, behoeft
deze Les volstrekt niet enkel wereldgeschiedenis te geven, al schijnt dit op-
het eerste gezicht zoo, en het doel van den onderwijzer moet juist wezen,
den leerlingen goed in te prenten, dat er groote behoefte was aan het Chris-
tendom, in den tijd toen Cliristus kwam. De toepassing zal zich dan van zelf
aan hen opdringen.
De Les behoeft niet, zooals gewoonlijk, geheel in vragen en antwoorden
gegeven te worden, maar men moet er toch voor zorgen, dat zij niet louter
een lezing wordt, en ondervragen is noodig, om te zien of datgene, wat o/irfer-
wezen wordt, ook werkelijk wordt opgenomen^ dat de medegedeelde kennis,
hoe weinig ook, in alle opzichten duidelijk is (b. v. vele kinderen zullen bij
«Rome» denken aan den zetel van Paus, wanneer de onderwijzer niet oppast).
Voor de gewone klassen van goed ontwikkelde kinderen, kan men alles
gebruiken, wat hier gegeven is, voor oudere klassen nog veel meer. Men kan
veel vertellen van de Joodsche sekten, de Synagoge enz.; maar men moet er
aan denken, dal, bij de massa bijzonderheden, het algemeen denkbeeld van,
den godsdienstigen toestand des volks licht verloren gaat.
Jongere klassen moeten niet met veel eigennamen en andere uitwendige
feiten bezwaard worden, maar men zorge dat het doel van de Les bereikt
worde bij het onderwijs. Men moet doen zien, hoe zondig de wereld was,
hoe ellendig zonder God, hoe hopeloos de pogingen der geleerden om de
menschen beter te maken; men kan de verwatenheid der Schriftgeleerden en
der Farizeeën beschrijven en hunne gehechtheid aan vormen, en het onbestemd
verlangen der Joden naar een Verlosser, en hoe het geduldig oog van God
alle dingen bewaakte. De vergelijking van een, door den nacht overvallen,
reiziger, die op zongopgang wacht, kan met vrucht gebruikt worden.