Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
LXm. IN DEN TEMPEL.
GELIJKENISSEN.
291
als de verworpen gezant, maar als de
geëerde Koningszoon — niet stervende,
maar verheven op Zijn koninklijken troon
(zie Ps. XLV ; Philip. II: 9; 1 Petr. III: 22).
Dan gaan de herauten uit, om te ver-
kondigen, dat het feestmaal gereed is
(zie Les XXIll) — de Apostelen, die na
de Hemelvaart prediken, zie Hand. H : 32 —
40, Hl : 19, 26, V : 31. Hoe worden zij
behandeld, vers 6 — evenals de profeten
in de andere gelijkenis. Nogmaals de voor-
spelling der straf, vers 7 — «hunne stad
in brand gestoken» — hoe waar is dit
naderhand! Maar evenals de wijngaard aan
andere arbeiders gegeven werd, zoo wordt
nu ook het fee^t toegankelijk gesteld voor
andere gasten — allen, die Christenen
worden, hetzij Joden of Heidenen.
Tweede gedeelte, vers 11—14. Dat echter
niet ieder, die de zijde van Christus ge-
kozen en zich aan de Kerk verbonden
heeft, nu denke, dat alles «in orde» is.
De Koning kwam om de gasten te zien
(zie wat Jezus tot de Zeven Kerken zeide —
«Ik ken uwe werken», Openb. H : 2, 9,
13, 19, IH : 1, 8, 15) — Hij wilde nie-
mand hebben, die zonder er op te letten
hoe hij gekleed was, maar inkwam om
zich van hetgeen daar werd aangeboden
te voorzien. Zie hoe één der gasten beeft
en sprakeloos blijft onder Zijn onderzoe-
kenden bük — geene verontschuldiging
(zie Aant. 1) — wat is zijn lot? Het is
even verschrikkelijk als dat van diegenen,
welke in het geheel niet gekomen waren.
Hier was eene plechtige waarschuwing
voor de volgelingen en vrienden van Jezus,
die misschien dachten, dat zij zooveel beter
waren dan die trotsche priesters en Schrift-
geleerden. Hadden zij behoefte aan de
waarschuwing? — denk aan Judas, Ananias,
enz., zie 2'ien tekst om te leeren. En wij
hebben ook behoefte aan de waarschuwing.
Het is zeer gemakkelijk om die godde-
looze Joden te laken — dat moeten wij
ook doen. Het is zeer gemakkelijk om
dankbaar en verheugd te zijn, dat Gods
vrije noodiging tot ons is gekomen ; dat wij
niet zoo slecht zijn om Zijne afgezanten te
mishandelen; dat een heerlijk feest voor
ons is toebereid — dit behoort ook zoo.
Maar hebt gij het bruiloftskleed? Wat is
het? Het beteekent: geschikt te zijn voor
den Hemel. Hoe kunnen wij dit zijn?
(a) Wanneer onze zonde weggewasschen
is — hoe? 1 Joh. I : 7; Openb. VH : 14.
(b) Door rechtvaardig te worden in Gods
oog — hoe? Door ons best te doen? Zie
hoeveel dit helpt, Jes. LXIV : 6 — «al
onze gerechtigheden zijn als een wegwer-
pelijk kleed» — een kleed, ongeschikt
voor een paleis, en onze beste daden onge-
schikt voor den Hemel, omdat zij altijd
onvolmaakt en met zonde bevlekt zijn.
Hoe dan? Aldus: Wij komen tot Christus,
houden ons aan Hem vast, vertrouwen in
Hem; dan ziet God ons, als in Zijne
gerechtigheid gekleed, en om Zijnentwil
acht Hij ons rechtvaardig. Phil. III : 9.
(c) En dan komt de Heilige Geest, geeft
ons een nieuw hart en maakt ons heilig.
Dit heet « het aandoen van den Heer
Jezus Christus», Rom. XIH : 14; «den
nieuwen mensch aandoen», Ef. IV : 24.
Er is geene verontschuldiging voor ons,
wanneer wij niet aldus zijn bekleed —
waarom? Omdat God, wetende, dat wij te
arm zijn (d. i. zonder dat er iets goeds
aan ons is). Zelf voor het bruiloftskleed
zorgt voor allen, die er Hem om vragen.
Aanteekeningen.
1. De gelijkenis van de Arbeiders in
den Wijngaard is een van de drie gelij-
kenissen, die door Mattheus, Lukas en
Markus vermeld worden (de andere zijn
de Zaaier en het Mosterdzaad). Zij verwijst
zeer duidelijk naar de gelijkenis van Jes.
V : 1-7 (verg. Ps. LXXX : 9—17), het-
geen ook den hoorders van Christus niet