Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
288
LXllI. IN DEN TEMPEL.
GELIJKENISSEN.
maar beteekent waarschijnlijk den omloop
achter het huis. Het is opmerkenswaard,
dat de juiste plaats alleen in het Evangelie
van Markus wordt genoemd, hetwelk, naar
men veronderstelt, veie levendige, persoon-
lijke herinneringen van Petrus bewaart;
en Petrus was denkelijk een van de twee
discipelen, die gezonden werden.
Het is waarschijnlijk, dat de eigenaar
der ezels een discipel was, zoodat de bood-
schap «De Heer heeft hetzelve van noode»,
dadelijk door eene toestemming gevolgd
zou worden. Zoo ook de eigenaar van het
huis, waar Christus den Paaschmaaltijd
gebruikte, aan wien de boodschap gezonden
werd uit naam van « den Meester » (Mark.
XIV : U).
Robinson verhaalt, dat toen de inwoners
van Bethlehem, gedurende den oorlog tus-
schen Turkije en Egypte in 1836, de be-
scherming van den Britschen consul zochten
te verkrijgen, zij «hunne kleederen op
den weg uitspreidden )t, om hem eer te
bewijzen.
4. De meien van boomen» zijn de
buitengewoon groote bladeren, van 12 tot
16 voet lang, welke aan den top van den
hoogen, rechten stam der palmboomen
groeien. Er zijn nog eenige palmboomen
te Jeruzalem.
5. a Hosanna» is het Hebreeuwsch van
de woorden «Och Heer, geef nu heil»
in Ps. CXVIH : 25; het volgende vers van
dezen welbekenden Messiaanschen Psalm
maakte ook een deel van den lofzang der
discipelen uit. Het woord schijnt zoowel
een uitroep als een gebed geworden te
zijn.
6. Jezus' voorspelling van het lot van
Jeruzalem werd woordelijk vervuld. Het
woord «begraving» moest eigenlijk zijn
« een wal van aarde met paalwerk » (het-
geen echter eene « begraving » of gracht,
waaruit de aarde gegraven wordt, doet
veronderstellen). Zulk eene barricade werd
door de Romeinen om de geheele stad
opgeworpen.
Les LXIIL — In den Tempel. — Gelykenissen.
d Zie dan de goedertierenheid en strengheid van God».
Te lezen — Matth. XXI : 23—46; XXII : 1—14; {verg. Mark. XI : 27—XII : 12;
Luk. XX : 1—19).
Te leeren — 2 Kron. XXXVI : 15, 16; Rom. XI : 22. (Ps. 130 : 2; Gez. 11 : 3).
Voor den Onderwijzer.
Velen zal het eene dwaze poging toeschijnen, die ook onmogelijk goed uit-
voerbaar is, om drie gelijkenissen en daarenboven een tooneel in den Tempel
en een strijd tusschen Christus en de oversten in ééne Les samen te vatten.
Wanneer men echter het tooneel in den Tempel als de aanleiding beschouwt,
en de drie gelijkenissen als drie, met elkander in verhand staande voorheelden
of vertellingen., door den Heer in den loop van het gesprek gegeven, dan zal
de moeilijkheid voor een groot gedeelte weggenomen zijn; en naar dit plan
is de Schets samengesteld. Natuurlijk kunnen de gelijkenissen niet in bijzonder-
heden uiteengezet worden, maar men kan ze als verhalen duidelijk maken
en de algemeene leering uitleggen. Wanneer men deze wijze van doen opvolgt,
moet de toepassing voor de leerlingen slechts ontleend worden aan de derde
gelijkenis, welke eene bijzondere betrekking heeft op hen, die, evenals wij,
onder de Christelijke bedeeling leven. Het punt, waarop men de gedachten
moet richten, is dat, hetwelk aangegeven wordt door hel voorval van den