Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
LXII, DE PLECHTIGE INTOCHT IN JERUZALEM.
287
bestaan aldaar van een dorp — zeker
Hethfage, het « vlek tegenover» hen, waar-
heen Christus de twee discipelen zond.
Dicht bij dit punt, waar de grond een
weinig rijst, kan liet zuidelijke uiteinde
van Jeruzalem (Zion) juist over den bergrug
gezien worden, terwijl het overige van de
stad nog achter de zuidelijke helling van
den Olijfberg verborgen is. Wanneer men
den bergrug bereikt heeft, breidt zich eens-
klaps de geheele stad voor de oogen uit.
De weg daalt dan langs een heuvel in een
noordwestelijke richting af, gaat door den
(hedendaagschen) hof van Gethsémané,
over de beek Kedron door uuddel van
eene kleine brug, stijgt dan weder tot
aan den muur, en komt in Jeruzalem
door de Stetanuspoort. liijna elke schrede
op dezen weg werpt licht op het verhaal;
zie de Schets.
BERG DES BOOzfÄ^DT?
KA.\RT VAN HET OUJFGEBERGTE EN DEN WEG VAN JERUZALEM NAAR BtTHANlE.
1. Koepel der rots of Moskee van Omar.
2. Veronderstelde ligging van het slot
Antonia.
3. Birket Israël (Badwater van Bethesda).
4. Brug over het Tyropéon dal.
5. Stefanus-poort.
* 6. Gouden-poort.
7. Paarden-püort.
8. Kerk en klooster der hemelvaart.
9. De stadsmuur zooals die nu is; de
richting van den ouden muur is on-
zeker.
De Tempel stond op de hoogte, die nu heet de Haram-el-Sherif, of op een gedeelte
daarvan. Zijn juiste ligging is niet nauwkeurig te bepalen.
Wanneer Hij alleen of met de Twaalven
was, gebruikte Jezus zeker dikwijls den
weg over den top des heuvels, en blijkbaar
vluchtte David ook langs dien weg uit de
hoofdstad, zie 2 Sam. XV: 14, 23, 30.32.
3. Alleen Mattheus en Johannes ver-
melden de profetie van Zacharias; en Mat-
theus alleen spreekt van den ezel en het
veulen, waarop de profetie schijnt te doelen.
Men kan de woor.ien echter aldus lezen:
«Op een ezel, zelfa op een veulen».
De Grieksche uitdrukkitig, door «buiten
aan de wegscheiiling» vertaald (Mark. XI:
4), is op verschillende wijzen weergegeven.

J
\ '