Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
288
LXII. DE PLECHTIGE INTOCHT LN JERUZALEM. 307
vooruit — ziet diezelfde «vijanden», de
Romeinen, van welke Zijne volgelingen
denken, dat zij door Hem verdreven zullen
worden, op dienzelfden Olijfberg gekam-
peerd, terwijl zij de ter verwoesting ge-
doemde stad omringen, verbranden en in
een puinhoop herscheppen — Hij ziet de
inwoners door honger, het vuur en het
zwaard omkomen — een schrikkelijk uit-
einde, zooals de wereldgeschiedenis er geen
tweede kan aanwijzen.
De zonde van Jeruzalem. Waarom
moet dit het lot zijn der uitverkoren stad?
vets 44 — <rzij had den tijd harer be-
zoeking niet bekend.» Wat was dit? Gods
genaderijke komst. Wanneer? Toen — die
drie jaar, gedurende welke do Zoon van
God de stad weder en weder «bezocht»
had, maar tevergeefs. Hij heeft de pro-
fetie vervuld, wonderen verricht, « gespro-
ken zooals nooit een mensch gesproken
had», Hij had begeerd «hare^kinderen
te vergaderen, als eene hen hare kiekens
vergadert»; maar zij «had niet gewild»,
en nu — «verborgen voor uwe oogen!»
Van Zijne zitplaats aan Gods rechterhand
ziet Jezus neer op deze stad (of dit dorp),
zooals Hij toen op Jeruzalem neerzag.
Ziet Hij dingen die Hem zullen
bedroeven?
Wat bedroeft Hem? Lijden? Ja, maar
nog veel meer de oorzaak des lijdens
— de Zonde. Wat zag Hij gisteren in
uw hart"? IJdelheid? zelfzucht? eigenzin-
nigheid? ontevredenheid? Wat kwam over
uwe lippen? bedrog? onvriendelijkheid?
leelijke woorden? Deze dingen bedroeven
Jezus. Maar vooral, —
(a) Wanneer Hij ziet, dat een uwer den
«tijd der bezoeking» verwaarloost. Die
tijd is nu voor u daar (onderwijs in de
kerk en op de school, enz.); welk gebruik
maakt gij er van? Hetzelfde als Zachéus
en Bartiméus? (zie vorige Les) — of als
Israël in de woestijn (Ps. XCV : 8) en Felix
(Hand. XXIV : 25)?
(b) Wanneer Hij een uwer ziet, die
Hem schijnt lief te hebben, maar van
wien Hij weet, dat hij zich spoedig af zal
keeren, zooals zoovelen, die op den Olijf-
berg zongen en juichten. Gij zingt loflie-
deren (noem er eenige) — meent gij wat
gij zegt? Zie hoe God over het oude Israël
weeklaagde (2de tekst om te leeren) —
laat dit niet van u gezegd kunnen worden!
Aanteekeningen.
1. De Heer kwam waarschijnlijk Vrijdag-
avond (zie Joh. Xll : 1) te Hethanië en
bracht daar Zijn laatsten aardschen Sabbat
door, welke van zonsondergang op Vrijdag
tot zonsondergang op Zaterdag duurde. Een
gedeelte van de Galileesche «karavaan»,
met welke Hij gekomen was, hield den-
kelijk ook stil te liethaniê, terwijl een
ander gedeelte denzelfden avond doorging
naar Jeruzalem — ongeveer twee mijl
verder, en de tijding van Zijne komst daar
verbreidde. De nieuwsgierige menigten,
die in grooten getale heengingen om iiem
en Lazarus te zien, deden dit waarschijn-
lijk op den Zaterdag, daar de afstand niet
veel meer bedroeg dan de door de Wet
bepaalJe Sabbatsreizen (ruim eene mijl).
De maaltijd, ten huize van Simon den
!ne]aatsche (zie Les LVHI, Aant. 3), was
waarschijnlijk op Zaterdagavond. Daarna
op den volgenden dag de intocht.
2. Er waren twee wegen van Bethanië
naar Jeruzalem: de eene over den top
van den Olijfberg — de kortste, maar
steilste weg; de andere — die meer ge-
bruikt werd — kronkelde om de zuidelijke
helling en had het dubbele voordeel, dat
het beklimmen en het afdalen vari den
lagen bergrug tusschen den Olijfberg en
den Berg der Ergernis gemakkelijker was.
De optocht volgde zonder twijfel de^en
laatsten weg. Op korten afstand vóór
Bethanië maakt de weg een kleine bocht
om eene kloof te vermijden, aan den
anderen kant waarvan men aanwijzin-
gen gevonden heelt voor het vroeger