Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
234
LXÏI. DE PLECHTIGE INTOCHT IN JERUZALEM.
Zaterdag, en dus onze Zondag de eerste dag van de week was; en dat hun
dag van 24 uur van zonsondergang tot zonsondergang liep. Vergelijk Aant. 1.
De avondmaaltijd te Bethanië, hier, op de juiste plaats , weggelaten , zal in
Les LXVIII besproken worden, om dien in verband te brengen met het ver-
raad van Judas.
Schets van de Les.
Het Paaschfeest nadert nu met snelle
schreden. Jeruzalem is reeds bevolkt door
menigten van menschen — nog steeds
komen er feestgangers van alle deelen des
lands — kooplieden uit verre streken be-
zoeken de stad hunner vaderen — vele
blijde ontmoetingen; er is geen plaats
voor de helft der vreemdelingen — tenten
worden in de straten en buiten de muren op-
geslagen ; voorbei eidingen voor het feest —
duizenden lammeren worden ingevoerd —
kamers gehuurd, enz.; Pilatus is er ook
met zijne krijgslieden van Cesarea; en
llerodes met zijne hovelingen van Perea.
Eéne vraag gaat van mond tot mond,
Joh. XI : 56 — «Zal Hij niet komen?»
Wie? Waarom zou Jezus niet komen?
(volgende vers) anderen zien uit of Hij
ook komt — waarom? Eensklaps verbreidt
zich op een Sabbat het gerucht — « Hij
is gekomen — Galileërs zijn aangekomen,
die het laatste gedeelte van de reis. van
Jericho af, met Hem gegaan zijn — Hij
was weder in zijn oude verblijf te Bethanië».
Er komt beweging onder de menigte —
«wij moeten Hem gaan zien » en nog iets,
dat hen aantrekt (XII : 9), de man, die
vier dagen in het graf is geweest; velen
ondernemen do aangename wandeling over
den Olijfberg. Maar de overpriesJ.ers zijti
meer dan ooit verontrust — «hieraan
moeten wij een einde maken» — welk
nieuw plan beramen zij? (XH: 10) — hoe
dwaas en hoe slecht tevens. Indien Jezus
Lazarus eenmaal had opgewekt, kon Hij
het dan niet weder doen?
Nu is de Zondag gekomen (niet de Sab-
bat, maar de eerste werkdag van de week).
Heden zullen wij zien, waarom wij hem
Palmzondag noemen.
I. De plechtige intocht.
Laat ons plaats nemen op den Olijf-
berg — niet op den top of de westelijke
helling, van waar men Jeruzalem kon zien
— maar op de oostzijde, aan den kant
van Bethanië. Twee groote gezelschappen
zijn in het gezicht. Het eene komt over
den heuvel van de stad af; wat dragen
die menschen ? (Joh. XH : 13) — waarom ?
De palmtak is een teeken van vreugde
en overwinning (Lev. XXHI : 40; Openb.
VH : 9) — komt de «koning van Israël»
niet tot Zijne eigen stad? Is de lang
verwachte verlossing niet op handen? Het
andere gezelschap komt van Bethanië —
'Paaschfeestzangers, die daar overgebleven
zijn — de Twaalven ook, en Jezus in
hun midden. Dichter en dichter komen de
twee gezelschappen bij elkander — zie hoe
de lieden van Jeruzalem Jezus begroeten
bij hunne ontmoeting, Joh. XH : 13.
De twee gezelschappen hebben zich nu
vereenigd en bevinden zich tegenover Beth-
fage {Zie Aant. 2). Daar houden zij stil —
Jezus wil eindelijk koninklijke eer ont-
vangen — Hij, die zoo dikwijls lange
afstanden te voet heeft afgelegd, zal nu de
koninklijke stad binnenrijden — niet te
paard — (zie Deut. XVII : 16) als de
Romeinen, maar zooals de oude oversten
en profeten van Israël gereden hadden
(Hicht. V : 10, X : 4, XII : 14; 1 Kon.
I : 33, XIII : 13). Een ezel, die nooit be-
reden was geweest — waarom? Zie Deut.