Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
LXI. TE JERICHO.
DE BLINDE EN DE TOLLENAAR.
281
Zachéus ziet de menigte, welke Barti-
méus gehoord had. Waarom gaat hij mede?
Waarom kan hij niet tot Jezus naderen?
Waarom kan hij Hem niet zien ? Wat te doen?
Zie den welbekenden rijken man boven in
een boom {zie Aant. 5; als een jongen!
De menigte nadert daar; in het midden
is de Nazarener, van wien hij zooveel
gehoord heeft. Eensklaps ziet hij de oogen
van Jezus op hem gevestigd! Zijn naam
geroepen! Hij, de verachte tollenaar, ge-
kozen om den profeet in zijn huis te
ontvangen! Wat denkt het volk? azij mur-
mureerden B — geen wonder — zekej*
denken zij: «Er zijn genoeg heilige Fari-
zeérs — waarom gaat Hij lot zulk een
zondaar, — genoeg vadeilandslievende
Joden — waarom gaat Hij tot een ver-
rader, die de Romeinen dient? Zie dus
weder hoe verschillend de gedachten van
Jezus zijn van dehuime — waaraan dacht
Hij? Vers 10.
Maar Zachéus — wat zijn zijne gedach-
ten, wanneer hij van den boom afklimt,
en Jezus naar zijn huis geleidt, acht geeft
op hetgeen Hij behoeft, en voorzit aan
het gastmaal? Wij kunnen ons Äeni voor-
stellen (a) vol vreugde over de eer, die
hem te beurt valt; (6) dan indachtig hoe
onwaardig hij is, die te ontvangen — al
de sommen, die hij te veel geëischt of door
bedrog genomen heeft, komen hem voor
den geest; (c) dan wordt hij getroffen en
tot betere gevoelens gebracht door Jezus'
zelfvernedering; {d) dan neemt hij zich
vast voor een nieuw leven te leiden, voort-
aan in Gods heilige wegen te wandelen.
Zie hem voor aller oogen van zijne rust-
bank opstaan, op plechtige wijze Jezus
üHeer» noemen, en eene ruimere terug-
gave van kwalijk verkregen winsten belo-
ven, dan zelfs Gods wet eischte {Zie Aant. 4).
Merk nu op:
I. Hoe Christus handelt met de
verachten en onwaardigen.
Hij handelt met hen op eene wijze,
welke voor hen en voor anderen geheel
onverwacht is.
1. Hij geeft acht op hen. Verwachtte
Zachéus dit? Verwachtte de menigte, dat
Bartiméus opgemerkt zou worden? Nog
meer voorbeelden: de ki-anke vrouw, Luk.
XHI : 11; de weduwe, Mark. XH : 43;
de kinderkens, Mark. X : 14. Zoo is het
ook nu.' Denkt gij, dat Hij alleen op « vrome
menschen» acht geeft? Dit dachten de
menschen te Jericho — hadden zy gelijk?
Zijt gij zoo arm, zoo onwetend, zoo ver-
acht, dat gij meent onwaardig te zijn om
door Hem opgemerkt te worden? Vertrouw
er op, g^ zijt het juist, op wien Hij acht
geeft — dien Hij hij name kent — altijd
met een waakzaam oog volgt, van wien
Hij alle gedachten, woorden, daden gade-
slaat. Zie Ps.CXXXlX: 1-12; Spr. V: 21,
XV : 3. Maakt dit u beangst? Het moest
u doen vreezen zonde te doen. .Maar:
2. Hij ziet op hen met liefde en mede-
lijden. Dit is ook iets onverwachts. Het
volk verwachtte misschien, dat Jezus Barti-
méus bestraffen zou over de stoornis, die
hij had veroorzaakt; Zachéus over zijne
afpersing — maar wat deed Hij ? Zoo gaat
het ook nu. Denk niet, dat Hij u met
heiligen toorn gadeslaat. Op sommigen
ziet Hij aldus — b. v. op de schijnheiligen,
die hoog staan in de achting der menschen ;
niet op hen, die laag geacht worden, en
gevoel hebben van hunne eigen verdor-
venheid of onwaardigheid. Zie Luk. XV
{Les LH). Indien ik u vraag: Welke soort
kinderen heeft God lief? dan zegt gij
«Brave kinderen»; maar dit is slechts ten
deele waar — Hij heeft ook slechte kinde-
ren lief — zijn niet allen zondig — en is
Christus niet voor zondaars gestorven?
Zie Rom. V : 8.