Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
278
LX. DE LAATSTE REIS. 278
( Voorbeeld. — De prijzen op school; geeft
de meester die aan wien hij wil?). Zij wordt
alleen gegeven aan diegenen, voor wie zij
bereid is, d. i. voor hen, die, evenals Ik,
zich willen onderwerpen aan lijden en
vernedering; kunt gij daf} h Zie hun
antwoord, vers 32 — evenals Petrus'voor-
barige belofte, Luk. XX1[:33; maar wat
deden zij toen de beproeving kwam ? Mark.
XJV : 50; en op Golgotha heeft Johannes
werkelijk «een aan Zijne rechter- en een
aan Zijne linkerzijde gezienmaar wie,
en waar? Mark. XV : 27. Toch zijn Jakobus
en Johannes Hem naderhand gevolgd —
zij hebben hun bijzonder lijden gehad
(Jakobus, de eerste Apostel, die ter dood
werd gebracht. Hand. XII : 2; Johannes
die het langst bleef leven te n»idden der
vervolging) — en hoe dierbaar zijn ons
nu hunne namen!
Gij denkt, dat gij niet zoo dwaas en zelf-
zuchtig zoudt kunnen zijn als Jakobus en
Johannes. Maar:
(а) Is, zelfs in kleine zaken, Rom. VHI:
26 niet waar? Wij «weten niet wat wij
bidden zullen, gelijk het behoort ». —
(б) Hebt gij nooit begeerd van de wereld
te genieten, en u dan te bekeeren,
gelukkig te sterven, en naar den hemel
te gaan? Is dit niet het verwachten van
heerlijkheid zonder lijden?
(c) Hebt gij zelfs niet gewenscht nu
« vroom » te zijn, gevoelende, dat het 't
beste was, en toch getracht aan deze of
gene zelfopofferende daad of vervolging te
ontkomen? Is dit niet het verwachten van
geluk zonder beproeving?
Het kan niet zijn; zie Hand. XIV: 22;
Openb.VlI: 14. En bedenk waaraan Christus
zich om onzentwil onderwierp; is het
niet waar, wat de 2de tekst om te leeren
zegt? Behoorden wij niet, evenals de Apos-
telen naderhand, Hand. V : 41, «verblijd
te zijn, dat wij waardig geacht werden
om Zijns naams wil smaadheid te
lijden » ?
Aanteekeningen.
1. Robinson heeft bewezen, dat Efraïm
op dezelfde plaats geweest moet zijn, waar
nu Taiyibeh ligt, een dorp 16 mijl ten
N.-O. van Jeruzalem en 4 mijlen O. van
Bethel, op den kant der bergen, met het
gezicht over de «woestijn» van rotsen,
welke naar de vallei van den Jordaan af-
daalt. Hiermede stemmen de aanwijzingen
van Josephus en Hieronymus overeen.
De plaats wordt misschien genoemd in 2
Sam. XIII : 23; 2 Kron. XHI : 19; maar
sommigen meenen, dat het hetzelfde is als
Ofra, Jos. XVIII : 23; 1 Sam. Xlll : 17.
2. Uit het verhaal van Markus zou men
opmaken, dat Jakobus en Johannes zelven
Jezus om de twee zitplaatsen vroegen,
maar in Mattheus vinden wij, dat hun ver-
zoek inderdaad door hunne ujoeder, uit
hun naam, werd gedaan. Dat het werkelijk
hun wensch was, blijkt uit het antwoord
van Christus.
3. «Beker» en adoopy. De beker is
een oud-testamentisch beeld van het lot
of het deel eens menschen, hetzij aange-
naam (Ps. XVI : 5, XXHI : 5) of onaan-
genaam (Ps. XI : 6, LXXV : 0; Jes. LI:
17). Dat de «beker» des Heeren een
lijdensbeker was, blijkt uit de wijze, waarop
Hij het woord in Gethsémané gebruikt.
Onderdompeling in lijden, evenals in
water, is ook een oud-testamentische uit-
drukking, zie Ps. XVIII : 17. XLIl : 8,
LXIX : 3. LXXXVIII : 8. CXXIV : 4, 5.
(Men denke er aan, dat de doop vroeger
door onderdompeling geschiedde).
Het onderscheid tusschen de twee beelden
schijnt tweevoudig te zijn : (1) De «beker«
beteekent inwendig, en de doop uitwendig
lijden, gelijk het diinken en het doopen
eveneens eene inwendige en eene uitwen-
dige toepassing van het water zijn. (2) De
«beker» beteekent het lijden, dnt uit
vrijen wil genomen of gedronken wordt,
en de «doop» het lijden, dat men van
andéren verduurt.
4. In vers 40 en in Matth. XX : 23
staan de woorden «het zal gegeven worden»
(zooals door den cursieven druk in onze
Bijbels aangeduid is) niet in het oorspron-
kelijke. De tekst behoorde aldus gelezen