Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
LX. DE LAATSTE REIS.
277
dit is de aangewezen tijd, nu er zoo velen
van Zijne aanhangers te Jeruzalem zijn,
om Zijn troon te vestigen. Dus nu is het
ook de tijd om naar gunsten te vragen.
Had Hij niet aan al de Twaalven «ti onen»
(Matth, XIX : 28) beloofd? Waarom zouden
Johannes en Jakobus dan niet de hoogste
plaats hebben? Hoe zelfzuchtig! Waarom
zij eerder dan de anderen? En toch —
Was er iets goeds in het verzoek? Ja,
bewees het niet hun onwankelbaar geloof
in Jezus als den Messias, en hunne getrouw-
heid aan Hem als Koning?
Maar wat was hunne dwaling? (a) Zij
wisten niet hoedanig de heerlijkheid was
van het Koninkrijk van Christus, (b) Hoe
deze heerlijkheid verkregen kon worden.
Hij toont hun dus (vers HS—in) aan —
III. Hoe zij tot heerlijkheid
kunnen komen — door vernede- |
ring.
Zij wilden met luister bekleed aan de ;
zijde van Jezus zitten, Zijne heerlijkheid '
deelen.
Welke was de heerlijkheid van Christus?
Op een troon te zitten, met een konink-
lijken mantel, kroon, schepter, eene menigte
van dienstknechten, enz.? Natuurlijk niet.
Maar was het dan op een hemelschen
troon te zitten als Oppermachtige Heer-
scher over allen, met heerscharen van
engelen tot Zijn dienst? Deze heerlijkheid
had Hij, maar dit was Hem niet het
meeste waard. Zie Phil. H : 9—11 : «uiter-
mate verhoogd » — hoe? « een naam boven
allen naam«, het middelpunt van aller
liefde, aanbidding en toewijding. Bemind,
en daarom geëerd te worden — dat is
Zijne eerzucht — dat Zijne heerlijkheid.
Hoe verkreeg Bij deze heerlijkheid?
Zie de voorafgaande verzen in Phil. H —
vernedering, gehoorzaamheid, dood. Zie
ons hoofdstuk, vers 45 — Hij was gekomen
om te «dienen», d. i. voor anderen te
arbeiden — en a Zijne ziel te geven tot
een rantsoen », om de menschen van zonde
en hel te verlossen; en op die wijze
heeft Hij de liefde der menschen ver-
worven — het loon, dat Hij wenschte.
Maar het was eene moeilijke taak — denk
aan al Zijn lijden hier op aarde — hoe
noemt Hij dit hier? Zijn «beker» (verg.
Matth. XXVI : 39; Joh. XVHI : 11) —
als het drinken van een bitteren drank; Zijn
«doop» (verg. Luk. XH : 50) — het lijden
omringde Hem' als het water, wanneerde
menschen in den Jordaan gedoopt werden
— Hij werd er in « ondergedompeld » {Zie
Aant. 3).
Indien wij dus dezelfde heerlijkheid
wenschen te verwerven, moeten wij haar
op dezelfde wijze zoeken, zie Spreuk.
XV : 33; Luk. XIV : 11; 2 Tim. H: 12;
1 Petr. V : 5. Hoe verkrijgt men wereld-
sche eer en macht? Van welk een zelf-
zucht, heerschzucht, bedrog, wreedheid
lezen wij niet! ( Voorbeeld. —Jehu, Absalom,
\ Jerobeam of Napoleon 1). Maar worden
I zulke menschen bemind? Sommigen ont-
I vangen « eenen naam boven allen naam »,
maar alleen om verwenscht te worden.
Hoe komt het echter, dat sommige namen
bemind zijn ? ( Voorbeeld. — De een of
ander bekende Christen, die zijn leven toe-
gewijd heeft aan weldoen). Omdat zij
afstand hebben gedaan van eigen gemak en
! genot, zichzelven verloochenen, anderen
«dienen». Dit, zegt Jezus, vers 43, 44,
is het middel om waarlijk «groot» te zijn.
Misschien gaat er lijden mede gepaard,
evenals Zijn «beker» en «doop», maar
indien dit zoo is, dan dient het om ons
nederig te maken.
Nu begrijpen wij, welk antwoord Jezus
aan Jakobus en Johannes gaf. Ongeveer
• dit: — «Eene heerlijkheid gelijk aan de
Mijne kan niet gegeven worden als eene
gunst aan ieder, die er om komt vragen.