Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
276
LX. DE LAATSTE REIS. 276
— voortgezet in Perea — afgebroken door
het bezoek te Jeruzalem op het feest der
Vernieuwing des Tempels, den tijd van
afzondering aan den Jordaan, het bezoek
te Bethanië, het, voor Zijne vijanden
verborgen, verblijf alhier en te Efraïm —
moet nu hervat en voleindigd worden.
(Zie Les L, enz. en Aanhangsel VHI, blz.
2*22). In de vallei van den Jordaan reizen
menigten van Galileërs zuidwaarts voor het
Paaschfeest. Jezus zal zich bij hen voegen
(te of nabij Jericho) — met hen opgaan.
Zie Luk. XVIII : 35, 36, XIX : 3. 28.
I. Jezus, het oog gevestigd op
Zijne aanstaande vernedering.
Zie hen op den weg. — Jezus gaat
vooruit, alsof Hij met ongeduld naar het
einde Zijner reis verlangt, vers 32, de
discipelen volgen met bevreemding en
vrees (verg. 1 Sam. XIH : 7) — waarom?
Zie Joh. XI : 8 — vroeger was het ge-
vaarlijk in Judea — nu is het nog erger
— «waarom wil de Meester zich in gevaar
begeven? — Vroeger vermeed Hij het —
waarom zoekt Hij het nu op? En zoo
vast besloten — kent Hij de plannen' der
oversten ? »
Ze kennen! Hij weet niet alleen wat zij
voorgenomen hebben, maar ook wat zij
doen zullen. Zie hoe Hij de Twaalven ter
zijde neemt — wat kondigt Hij hun aan?
vers 33, 34; verg. Matth. XX : 18, 19;
Luk. XVHI : 31—33. Hij had er hun te
voren iets van medegedeeld — van Zijn
lijden, verwerping, dood, Mark. VHI : 31,
IX : 31. Maar nu veel meer — alle bij-
zonderheden: — Hij zal niet door de
hoogepriesters gegrepen, maar aan hen
«overgeleverd» worden; niet door eene
plotselinge uitbarsting van haat gesteenigd
of heimelijk vermoord worden, maar in
het openbaar «veroordeeld» en aan de
Romeinen overgeleverd; en welk eene
behandeling daarna — Hij zal bespot, be-
spogen, gegeeseld worden! en om aan alles
de kroon op te zetten, eens slaven dood.
Maakt dit Zijn lijden minder, dat Hij
alles vooruit weet? — Ach neen, is het
niet smartelijk het vooruitzicht van smart
te hebben — somtijds erger dan de smart
zelve?
En toch gaat Hij verder, het aangezicht
gericht (Luk. IX : 51), met verlangen
(XII: 50). Waarom ? (a) om de profetieën,
die vervuld moeten worden, Luk. XVIII: 31
(zie Ps. XXII; Jes. L, LIII); (b) omdat
het de wil Zijns Vaders is; (c) om Zijne
liefde voor zondaren; (d) om de heerlijk-
heid, die Hem wachtte (Zie Les L).
Maar waarom zeide Hij het den Apos-
telen? Om hun zekerheid te geven, dat
Hij weet wat Hij gaat doen — zij behoeven
niet te vreezen — geen onverwacht gevaar
kan hen overvallen.
II. Jakobus en Johannes het
oog gevestigd op de eer, die zij
verwachten.
Is hetgeen de Heer gesproken heeft
geene verpletterende aankondiging voor de
Apostelen? En toch — zie hoe bijna on-
i middellijk daarna (toen, Matth.) — twee
I hunner, door hunne moeder Salome (Matth.
j XXVH : 56, verg. met Mark. XV: 40), om
! bijzondere eereplaatsen in het toekomstige
Koninkrijk vragen!
Hoe kan dit? (a) Zij begrijpen .lezus
in het geheel niet, Luk. XVIII : 34; ver-
beelden zich misschien, dat Hij in gelijke-
nissen gesproken heeft (zooals in Joh. VI:
53), slechts eene vervolging bedoelt, over
I welke Hij de zegepraal zal behalen (het
! «weder opstaan»), (b) Want, denken zij,
! «is Hij niet de Messias? Natuurlijk — hoe
j kan Hij dan overwonnen worden? — Hij
I moet eenmaal heerschen.» (c) De talrijke
I scharen maken hen opgewonden; er zijn
j velen in Galilea, die in Jezus gelooven (zie
Luk. XIX : 37, «menigte der discipelen») —