Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
LX. DE LAATSTE REIS.
Les LX. — De laatste reis.
275
« Zij meenden, dat het Koninkrijk Gods terstond zou openbaar worden ».
Te lezen — Mark. X : 32—45; {verg. Matth. XX : 17—28; Luk. XVIII : 31—34).
Te leeren — 1 Petr. IV : 13; Phil. II : 3—5. (Gez. 111 : 2; Gez. 66 : 9).
Voor den Onderwijzer.
In de derde afdeeling van de Schets is eene poging gedaan om aan te toonen,
dat Gods belooningen niet willekeurig, maar de natuurlijke vrucht van een
bepaald gedrag zijn. Dit geeft ook eene verklaarbare reden aan, waarom ver-
nedering tot eer leidt en lijden de weg is tot heerlijkheid, en waarom er
verschillende graden van hemelsche belooningen zijn.
Sommigen zijn verder gevorderd dan anderen, en daardoor ontvankelijker
voor hemelsche genietingen; terwijl allen volmaakt gelukkig zijn, zullen toch zij,
die het meest op Christus gelijken, die de grootste mate van heiligheid verkregen
hebben, — gelijk die door de tuchtroede van het lijden ontwikkeld wordt — de
grootste mate van volmaakte gelukzaligheid bezitten. Dit wordt dikwijls
door het volgende voorbeeld uit het dagelijksch leven toegelicht. Gij vult een
groot en een klein glas met water, beide zijn geheel vol: toch bevat het groot-
ste meer dan het kleinste. Men moet echter niet vergelen, dat alle belooning
alleen uit genade geschiedt. De woorden van Ps. LXII : 13 drukken eene
diepe waarheid uit: nEn de goedertierenheid^ o Heere, is Uwe; want Gij
zult een iegelijk vergelden naar zijn werky>.
Wanneer men, in hetzelfde gedeelte der Les, een voorbeeld wil kiezen om
de wijze, waarop liefde en achting verworven wordt, toe te lichten, is het
beter (zooals de Schets ook aangeeft), dat van een bij de kinderen welbe-
kenden, zelfopofferenden, Christelijken arbeider te nemen, dan van een persoon,
die geschiedkundige vermaardheid heeft verkregen.
De Vallei Verootmoediging in Bunyan^s Christenreis, door welke elke
reiziger naar de Hemelsche stad heen moest trekken, is eene schoone toelichting
voor de geheele Les.
De onderwijzer make, voor nadere opheldering van verschillende punten,
gebruik van de Lessen L en LVI.
Schets van de Les.
Het groote wonder (vorige Les) heeft
in geheel Jeruzalem ontsteltenis veroor-
zaakt. Er is geen twijfel aan — daar,
vlak bij, te Bethanië, is een welbekend
man, die leeft, nadat hij vier dagen in
het graf heeft gelegen. Sommigen kunnen
niet langer vijandig blijven. — « Hij moet
de Messias zijn.» Maar de oversten —
hun haat en hunne vreeze worden nog
grooter. — «Hieraan moeten wij een einde
maken» —eene plechtige vergadering— zie
het raadsbesluit, Joh. XI : 45—53. Jezus
moet zich weder terugtrekken. Waarheen ?
vers 54 {Zie Aant. 1).
En nu is « de ui-e » gekomen, zie vers
55. De «groote reis» — in Galilea begonnen