Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
LIX. DE OPWEKKING VAN LAZARUS,
273
en Maria dachten aan geen anderen. Maar
Lazarus was slechts in de wereld van
zonde en droefheid teruggebracht — en
voor korten tijd — hij moest nogmaals
sterven — veronderstel, dat hij weder de
volgende week ziek werd. Wat ontbrak
er aan Lazarus' teruggegeven leven om
het volmaakt te doen zijn? (a) Dat het
eeuwig bleef voortduren — geen dood
meer. (b) Dat het volkomen gelukkig was —
geen zonde, geen smart, geen lijden meer.
Christus nu kan een Leven geven, dat
eeuwig duren zal, dat volkomen gelukkig
zal zijn — het Eeuwige Leven. Waartoe
kwam Hij van den Hemel? Om het eeuwige
leven te brengen in eene wereld van dooden
en stervenden tekst om te leeren;
Joh. IH : 15, 16, IV : 14, V : 24, VI: 40,
X : 28, XVII : 2; 1 Joh. II : 25, IV : 9,
V : 11, 12; Rom. VI : 23).
Hoe kunnen wij dezen grooteren zegen
verkrijgen ?
Zie hetgeen Jezus tot Martha zeide, vers
25, 26 (Zie Aant. 3). «Die in Mij gelooft» —
wat is dat? Hem aan te nemen als den
Almachtigen Zaligmaker — Hem daarom
lief te hebben, te vertrouwen, te gehoor-
zamen.
Hieruit volgen twee zaken: —
(a) Zij, die leven, zullen «in eeuwig-
heid niet sterven» Hoe! sterven de dienst-
knechten van Christus niet? Ja, maar
sterven kan voor hen niet de «dood»
genoemd worden — de dood is een vijand
(1 Cor. XV : 26) — hoezeer wordt hij
gevreesd! (Hebr. II : 15) ^— maar is de
I dood uw vijand, indien gij Christus kent
en lief hebt? Rom. XIV : 8; 1 Cor. XV :
54_57; Phil I : 23. Is dat een vijand,
die u voor altijd van zonde, smart en lijden
bevrijdt? die u brengt tot Hem, die u het
dierbaarst is? -- (maar is dit zoo? dat
is de vraag). De dood is als de deur, die
geopend wordt om u uit te laten. (Voor-
beeld. — De schooldeur gaat open wanneer
de klok slaat — hoe snellen de jongens
naar buiten, naar zonneschijn en vrij-
heid !).
(b) Zij, die gestorven zijn, «zullen toch
leven» — de geest nu terstond, het
lichaam, wanneer het ten laatsten dage
opgewekt wordt. Zoo gaat het met allen
tekst om te leeren) — ja, onsterf-
lijkheid voor allen, maar geene gelukzalig-
heid — en dit alleen wordt het« eeuwige
leven» genoemd.
Lazarus hoorde de «luide stem» en
«kwam uit». Zoo zult gij ook eenmaal
opgewekt worden (1«'« tekst om te leeren ;
1 Cor. XV : 52).
Aanteekeningen.
1. Over Bethanié en Jezus' vrienden
aldaar, zie Les LVIII, Aant. 2, 3.
2. Gewoonlijk rekent men, dat Lazarus
gestorven moet zijn op den dag, dat de
bode gezonden was, na zijn vertrek, en
denzelfden dag begraven werd, naar de
gewoonte (Verg. Hand. V : 6,10). Eén dag
wordt dan gerekend voor den bode om
naar Jezus te gaan, dan twee dagen, die
de Heer nog wacht, en één voor Zijn reis
naar Bethanië, hetgeen te zamen maakt
« vier dagen ». Maar het is nauwelijks te
denken, dat Jezus zulk een afstand aflegde
(den langen en steilen weg van Jericho
er bij gerekend) op een enkelen dag,
vooral omdat Hij zich klaarblijkelijk niet
haastte. .Men kan echter gevoeglijk aan-
nemen, dat Lazarus gestorven was vóór de
terugkomst van den bode.
3. Het korte gesprek tusschen Christus
en Martha is van het hoogste belang. Zij
komt tot Hem met de woorden, welke
zeker gedurig door de twee zusters in die
dagen waren gedacht en uitgesproken —
«Waart Gij hier geweest», enz. (vers 21).
Dan (vers 22) schijnt haar eene plotselinge
gedachte in te vallen — « Maar ook nu »,
enz., niet, dat zij werkelijk een wonder ver-
wachtte — want, ofschoon een straal van de
heerlijkheid Zijner macht tot haren geest
doordringt, toch komt het denkbeeld niet in
haar op, dat Hij een wonder zal verrichten.
18