Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
272
LIX. DE OPWEKKING VAN LAZARUS.
eene plant, dat zij gesnoeid wordt). En
neemt Hij ze weg, wanneer gij het vraagt?
Niet altijd. Maar toch doet Hij altijd wat
het beste voor u is; zie Ps. CXIX : 67,
71, 75; Rom. VHI : 28.
Waarom was het dan ? « Ter heerlijkheid
Gods; opdat de Zone Gods door dezelve
verheerlijkt worde», vers 4. Hoe? Wan-
neer Jezus Lazarus van de dooden opwekte,
dan zou dit een grooter wonder zijn. Op j
welke wijze? (a) Het geloof van Martha
en Maria zou versterkt worden, (b) Vielen
van de Joden zouden gelooven, vers 45.
(c) Hoe vele millioenen zouden daarna dit
hoofdstuk met geloof, hoop en blijdschap
lezen! (d) Wanneer werd de « Zoon des
Menschen verheerlijkt»? Zie Joh. XH : 23,
XHI : 31, XVH : 1 — toen Hij stierf en
weder opstond voor ons; en heeft niet
dit wonder Zijn dood ten gevolge gehad?
Zie vers 53.
II. Een groote zegen wordt
geschonken.
Wat maakt toch, dat wij zegeningen
verwachten van Christus? Zijne liefde? —
Niet genoeg— waarom? Zijne macht? —
Niet genoeg — waarom? {Zie Les XLH,
waar dit verklaard en toegelicht wordt).
Medelijden en Macht — Hij heeft beide.
1. Zie op Jezus" medelijden. Eensklaps
eene blijde tijding — «Hij is gekomen».
Eerst snelt Martha Hem te gemoet, dan
zien wij Maria aan Zijne voeten — met
denzelfden uitroep — hetgeen zij deze vier
dagen zoo dikwijls gedachten gezegd heb-
ben, vers 21, 32. En zie nu die menigte
om Hem heen, allen weenen zij — en
blijft Hij onverschillig? vers 33. Jezus werd
«zeer bewogen in den geest» en niet
alleen door smart — ook door heiligen toorn |
{zie Aant. 4) — «de zonde, de gehate i
zonde is oorzaak van dit alles»—want «de j
zonde is in de wereld gekomen, en door
de zonde de dood» (Rom. V : 12). «Hij
ontroerde zichzelven». Hij trachtte Zijne
weeklachten en tranen te bedwingen terwijl
het groote werk gedaan werd {Zie Aant. 4).
Maar weldra kan Hij ze niet inhouden —
Hij weent, vers 35. Waarom? Wist Hij
niet welke vreugde er binnen weinige
oogenblikken zou zijn? Ja, maar Hij was
aan ons gelijk — de smart van anderen
wekt ons medegevoel op — de tranen van
anderen doen ook onze tranen vloeien —
dit is met anderen mede lijden — en dat
is het, wat ook Hij doet, Jes. LHI : 3,
4; Hebr. II : 17, IV : 15. En herinner u
Hebr. XIII : 8 — Hij is nog steeds
dezelfde.
2. Zie op Jezus' macht. Zij staan voor
het graf — een gewelf in den rotsachtigen
heuvel {Zie Aant. 6). De groote steen is
weggerold — Jezus staat aan den ingang —
allen dringen zich om Hem heen in sprake-
looze verbazing. Hij spreekt — tot wien?
Eerst tot den Vader — zoodat allen het
konden hooren, dat Hij Zijne macht van
God, niet van den Satan had {Zie Aant. 8).
Dan tot den gestorvene, een luide kreet,
«Lazarus!» — en onmiddellijk verschijnt
eene gedaante aan de opening van het
gewell — het gelaat is niet te zien — van
het hoofd tot de voeten met doeken om-
wonden (als eene mummie). Daarna tot
de omstanders — Jezus doet niets onnoo-
dig — zij kunnen de doeken ontbinden.
En wat dan? Toont Johannes ons Lazarus
in de armen zijner zusters? Neen, — hij
kan slechts denken aan Jezus, en alleen
van Hem spreken. Laat ons hetzelfde
doen, — aan dien Machtigen Verlosser
denken — en ons daarbij herinneren,
Matth. XXVHI ; 18, 20 — dat Hem « alle
macht» toebehoort, en Hij « altijd met ons »
zal zijn.
m. Een grootere zegen wordt
beloofd.
Kon er een grootere zegen zijn? Martha