Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
269 LVIII. JEZUS VRIENDEN TE BETHANIË.

vermoeide om een goeden avonddisch in
gereedheid te brengen, voedde Maria zich
met het « brood des levens ». Zie Matth. VI:
34; Joh. VI : '27. Martha's dienstbetoon
kon ophouden (b. v. door ziekte), maar
Maria zou nooit haar «beteredeel» verliezen.
Eén ding is noodig. — Een woord
tot werkzame jongens en meisjes.
Het is aangenaam u werkzaam en vlijtig
te zien — op school, thuis, in de werk-
plaats.Wij weten, dat «ledigheid des duivels
oorkussen is». Maar de Satan tracht ook
werkzame kinderen te verleiden — hij
brengt hen in verzoeking om zich te veel
af te tobben — dan knorrig en zelfzuchtig
te worden; ja, en hij brengt hen in ver-
zoeking om het te druk te hebben om
aan Christus te denken. Gij kunt het
druk hebben met vele goede zaken — zelfs
met Christelijken arbeid — en toch het
«ééne noodige» vergeten. Wat is dat ?
Christus lief te hebben, op Hem te ver-
trouwen, aan Hem gelijk te worden; en
dit is onmogelijk, indien gij den tijd niet
neemt om «aan Zijne voeten te zitten»,
d. i. Zijne woorden te hooren, aan Hem
te denken, tot Hem te bidden.
Was David niet een werkzaam man —
was zijn werk, het regeeren, rechten,
regelen van den dienst des tabernakels,
niet van het hoogste gewicht? Toch achtte
hij « één ding» boven alle andere dingen
zoo groot, dat al het andere klein was.
{Voorbeeld. — Evenals een hooge kerk-
toren alleen zichtbaar is boven het geheele
dorp) — wat was het? Ps. XXVII : 4;
verg. LXXIH ; 25. En Paulus — denk aan al
zijn werken— toch zeide hij: «Eén ding doe
ik» — wat? prediken? geenszins — maar
Christus beter kennen en Hem meer gelijk
worden, zie Phil. 111 : 10—13.
Eén ding is noodig. — Een woord
tot bedaarde jongens en meisjes.
Gij zijt niet zoo druk in de weer als
Martha, maar stil, nadenkend, terugge-
trokken. O, dat is zeer gemakkelijk; maar
zit gij, evenals Maria, «aan de voeten van
Jezus», vol belangstelling voor Hem en
Zijn woord ? Hebt gij Hem wel, evenals
die twee zusters, « ontvangen » ? Hij klopt
aan de deur (Openb. 111 : 20) — hebt gij
opengedaan? Wenscht gij, dat Hij Zijne
beloften in den 2<ien opgegeven tekst houdt ?
Gij hebt in uw hart de roepstem gehoord
— hebt gij geluisterd''
Aanteekeningen.
1. Dat dit bezoek ten tijde van het, in
Joh. X : 22 vermelde, Feest der Tempel-
vernieuwing in December plaats had,
wordt aldus bewezen: — het kan niet
samengevallen zijn met Jezus* vorig be-
zoek te Jeruzalem op het Loofhuttenfeest,
omdat de «groote reis» toen nog niet
begonnen was, terwijl het klaarblijkelijk
geplaatst moet worden vóór den dood
en de opwekking van Lazarus; eene
andere keus is er niet. Zie Aanhangsel
VIII, blz. 222. In dit Aanhangsel kan men
ook zien, waarom dit bezoek op het feest
der Tempelvernieuwing als een tusschen-
komende gebeurtenis is aan te merken.
De groote reis was nog niet voleindigd;
de «ure» voor de laatste aankomst te
Jeruzalem was nog niet gekomen; maar
Jezus «ging op», ten einde den oversten
van het volk nog ééne gelegenheid, vóór
de laatste, te geven, om Hem aan te
nemen.
2. Het « vlek » van vers 38 is ongetwij-
feld Bethanië. Het ligt ongeveer twee
mijl van Jeruzalem, aan den versten (oos-
telijken) kant van den Olijfberg, op eene
zeer afgelegen plaats. De weg van Jeru-
zalem naar Jericho gaat er door heen en
de steile helling (zie vorige Les, Aant. 3)
begint vlak beneden het dorp. In de
vlakte kan men op verren afstand de
diepe vallei van den Jordaan zien, met de
Doode Zee rechts, enden «langen muur»
van de bergen van Moab, welke den ge-
zichteinder aan de andere zijde, op vijf
en twintig mijlen afstands, begrenst.
Bethanië beteekent óf «huis vandadelen»
óf «van de armen». Het is nu een