Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
Lvin.
JEZUS'
VRIENDEN TE BETHANIË.
267
gedachte, dat dit alles godsdienst is\ en het zij het streven des onderwijzers
om de Les van heden te doen ingrijpen in het gemoed van die leerlingen, welke
aan deze beschrijving beantwoorden.
Schets van de Les.
Gij herinnert u den steilen en gevaar-
lijken weg van Jeruzalem naar Jericho,
waar de reiziger in de gelijkenis beroofd
werd {vorige Les). Op dien weg moet
Jezus komen, om van Perea, waar Hij
eenigen tijd is geweest (Les LI), naar
Jeruzalem te gaan. Zie hoe Hij met in-
spanning die lange twaalf mijlen langs
het rotsachtige pad aflegt! Op den top
ligt het vlek (vers 38) Bethanië, in
een hoek tusschen de bergen gebouwd.
Hier is eene rustplaats voor Hem —
eene woning staat voor Hem open en
vrienden zijn daar om Hem te ontvangen.
I. Jezus te Bethanië.
Waarom is Hij hier gekomen, zoo dicht
bij Jeruzalem? Herinner u de «groote reis»
— hoe Hij Galilea had verlaten om te
Jeruzalem te komen sterven (Les L) —
maar eerst eene lange rondreis, daar, waar
Hij nog niet gezien was, vooral in Perea.
Maar de tijd voor Zijn dood is nog niet
daar — niet vóór het Paaschfeest in April
— nu is het December {Zie Aay\t. 1).
Waarom is Hij dan hier? Zie Luk. XHI:
34. Jeruzalem is steeds in Zijne gedachten
— Zijn hart is bewogen over het lot van
de oude, heilige stad — o, indien het
volk slechts in Hem, zijn Koning en
Heiland, wilde gelooven! Hij kan niet tot
het einde wachten — nog eens moet Hij
opgaan, hen nog eens waarschuwen, hen
tot zich roepen, «als eene hen hare kiekens
vergadert». Hij zal kwade bejegeningen trot-
seeren, niet terugdeinzen voor steeniging.
En nu is er eene goede gelegenheid —
het Feest der Tempelvernieuwing, Joh.
X : 22. Vele Joden zijn tegenwoordig om
het feest te vieren.
Den geheelen dag predikt Jezus in den
Tempel — « wederleggende, bestraffende,
vermanende in alle lankmoedigheid» (2
Tim. IV : 2;. Zie Hem dan des avonds —
Hij verlaat de stad door de oosterpoort
— daalt af in de vallei van Jozafat —
over de beek Kedron — voorbij Gethsé-
mané (waar Hij zich dikwijls onder de
donkere olijfboomen ophoudt om te bid-
den, Joh. XVIH : 1, 2) — den Olijfberg
op — aan de andere zijde weder af
naar Bethanië. Zie Matth. XXI: 17; Mark.
XI : 11, 19; Luk. XXI : 37. Denzelfden
weg, dien David gegaan was, toen hij
voor Absalom vluchtte, 2 Sam. XV : 14,
23. 30, 32, XVI : 1, 13. Hoe goed moet
Jezus eiken stap van die dagelijksche
wandeling gekend hebben 1
Te Bethanië woonde een gezin, dat Jezus
liefhad — dat door Jezus bemind werd,
Joh. XI : 5. Martha stond aan het hoofd
van het huishouden {zie Aant. 3) — haar
zuster en broeder waren jonger. Zij waren
niet arm — waarschijnlijk de voornaam-
sten van het dorp — zij hadden vele
vrienden onder de oversten en Farizeën
{zie Aant. 3) — maar waren zij, evenals
deze vrienden, trotsch en ongeloovig? Zie
Joh. XI : 27 — wat dachten zij van Jezus?
Hoe gelukkig was het voor hen Hem
avond aan avond bij zich te hebben en
Zijne heilrijke woorden te hooren! En welk
eene rust voor Hem, na de «tegenspreking
van zondaren» (Hebr. XH : 3; zie Luk.
XI : 53, 54) den geheelen dag door!
II. De twee zusters. Vers 38—42,
Maria. Waarom « zit zij aan de voeten
van Jezus » ? Dit deden zij, die onderwezen
werden, altijd, zie Hand. XXH: 3; verg.
Deut. XXXIII : 3; Luk. H : 40. Maria
was niet tevreden met slechts een weinig