Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
266
LVIII. JEZUS VRIENDEN TE BETHANIË.
alle waarschijnlijkheid de beek Crith, ^^aar
Elia gedurende den hongersnood onder-
houden werd. En als om deze veronder-
stelling te bevestigen, merkten wij hier
vele raven op, en hoorden hun schor gekras
te midden der woeste kloven weerklinken.
Nu eens dalend, dan weer stijgend, volgden
wij den kronkelenden weg door deze dorre
woestenij, totdat wij eindelijk de vlakte
van Jericho zagen, welke zich aan onze
voeten uitstrekte, hier en daar met groen
bedekt, waar zij door beekjes was door-
sneden, kleine, boschrijke gedeelten, maar
overigens eene grijze, vlakke uitgestrekt-
heid, tot waar hare kale kustachlige opper-
vlakte tien mijlen verder omzoomd was
door den weligen plantengroei, die de bed-
ding van den Jordaan onzichtbaar maakte.
Aan gene zijde van den Jordaan verhief zich
de groote heuvelrij van Moab, en rechts
kon men de noordelijke baai van de Doode
Zee ontdekken. Langzaam daalden wij af,
altijd in de meening, dat wij over eenige
minuten op het laagstepunt zouden gekomen
zijn, maar altijd weder lagere plaatsen
ontwarende. Maar aan alles komt een einde,
en zoo ook aan ons afdalen; en wij waren
niet rouwig, toen wij, bij eene kronkeling
van het pad, terwijl de avondschemering
zich al over ons uitbreidde, onze witte
tenten voor ons zagen, op dezelfde plaats,
waar die van zoo menig dankbaar en ver-
moeid reiziger opgeslagen zijn geweest,
onder de Quarantania, en dicht bij dfr
Ain-es Sultan of Fontein van Eliza.
Les LVIII. — Jezus' vrienden te Bethanië.
«Eén ding is noodig».
Te lezen — Luk. X : 38-42.
Te leeren — Luk. X : 41, 42; Joh. XIV : 23. (Ps. 119 : 1 ; Gez. 207 : 1).
Na de laatste zeven Lessen, welke zoo weinig betrekking hebben op de
historische beschouwing van het leven onzes Heeren, wordt het van belang,
ons zeiven en onze klasse er aan te herinneren, tot welk punt van Zijne
bediening wij nu gekomen zijn. Zoo wordt, daar het onderwerp van deze
Les niet groot is, een gedeelte van de Schets aan eene beschrijving van
Christus' verblijf te Bethanië gewijd, ten einde dat doel te bereiken, en
tevens aan het verhaal zelf meer belangrijkheid te geven; en hoe meer geschied-
kundige en plaatselijke bijzonderheden de onderwijzer kan te pas brengen, des
te nuttiger dit zal blijken te zijn voor de volgende Lessen.
Het voornaamste, waarop bij de uiteenzetting van dit gedeelte gewezen
moet worden, is, dat Martha en Maria beiden ware discipelinnen, en niet
(zooals dikwijls wordt voorgesteld) typen van de wereld en van de Kerk
waren. In Martha zien wij het beeld van vele uitstekende Christenen, die zoo
vervuld zijn van allerlei (misschien) zeer nuttige godsdienstige en philanthro-
pische werkzaamheden, dat hun verborgen zieleleven bijna geheel verwaarloosd
wordt. Wij, onderwijzers, weten al te goed wat het gevaar is: weinigen hebben
de waarschuwing méér van noode. Maar Martha is ook een type van vele
Zondagschoolleerlingen. Hier is een jongen, die nooit verzuimt, altijd leert wat
hem opgegeven is, zich op alle mogelijke manieren verdienstelijk maakt bij
den onderwijzer, de boeken rondgeeft en ophaalt, en misschien (ongelijk aan
Martha) niet knorrig wordt. Zulk een jongen komt zeer gemakkelijk tot de