Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
260
LVI. DE VRAAG VAN PETRUS.
algemeene beteekenis te hebben als
«Koninkrijk der Hemelen» — den nieuweren
stand van zaken onder de bedeeling des
Evangelies, welke sedert het Pinksterfeest
reeds onvolmaakt bestond, maar die slechts
tot algeheele vervulling zal komen bij de
vestiging van de «nieuwe hemelen en de
nieuwe aarde». De belofte aan de Apos-
telen, dat zij zouden zitten op twaalf tronen,
richtende de twaalf stammen van Israël,
doelt dus gedeeltelijk op hun ambt als j
opzieners der Kerk na de Hemelvaart, en
gedeeltelijk op eene hooge waardigheid,
welke hun hiernamaals wacht, en waarvan
het niet duidelijk geopenbaard is. van
welken aard deze is; verg. Luk. XXH : 29,
30; 1 Cor. VI : 2, 3; Openb. H : 26.
2. Vers 29. Het overeenkomstige gedeelte
in Markus geeft de belofte vollediger, en
deelt ook in bijzonderheden mede welke
vergelding hij ontvangen zal, die zijne
betrekkingen, enz. verlaat; het stelt vast,
dat er zoowel in dit leven als in het toe-
komende eene belooning is weggelegd; en
voegt er de belangrijke woorden «met
vervolgingen » bij. De belofte werd dikwijls
letterlijk vervuld in de eerste tijden
der Kerk en dit is nog menigmaal het
geval, b.v. bij Heidenen, die tot het Christen-
dom overgaan, en bij bekeerde Joden. Bij
ons beteekent natuurlijk datgene, wat wij
verlaten, veel minder.
3. De gelijkenis van de Arbeiders in
den Wijngaard wordt gewoonlijk als de
moeilijkste van al de gelijkenissen van
onzen Heer beschouwd, en talrijk zijn de
verschillende uitleggingen er van. De moei-
lijkheden komen echter grootendeels voort
uit de poging, die men doet om aan elk
punt der geschiedenis eene geestelijke
beteekenis vast te knoopen, zooals b.v. de
verschillende groepjes mannen, de ver-
schillende tijden van huren, en vooral de
huurpenning zelf. Alford en vele andere
schrijvers nemen aan, dat de « penning »
het eeuwige leven beteekent; teiwijlStier
en Wordsworth, die dit onmogelijk ach-
ten, omdat de ontevreden arbeiders hem
ontvingen, meenen, dat de aardsche
zegeningen er rnede bedoeld worden; en
Trench en Lange geven eene uitlegging,
welke tusschen deze twee instaat. Maar
het is waarschijnlijker, dat dit eene der
gelijkenissen is, die ■ eene belangrijke
leering mededeelen, terwijl de bijomstan-
digheden alleen toegevoegd zijn, om meer
levendigheid aan het verhaal te geven.
Denkelijk heeft de gelijkenis in het geheel
geene betrekking op des menschen per-
soonlijke zaligheid, maar moet zij alleen
toegepast worden op dat ééne onderwerp,
t. w. het loon, dat gegeven zal worden
voor den arbeidy voor Christus gedaan,
daarbij vaststellende, dat het alleen uit
vrije genade wordt toegekend. De vraag,
in hoeverre soortgelijke dienstknechten,
als hier door de ontevreden arbeiders wor-
den voorgesteld, behouden kunnen worden,
komt dus in het geheel niet voor. De
Apostelen worden slechts gewaarschuwd
voor het toegeven, gedurende den arbeid^
aan dien zelfzuchtigen en eigengerechtigen
geest, waarvan de arbeiders bij de afbe-
taling blijken gaven.
4. De uitdrukking « Velen zijn geroepen,
maar weinigen uitverkoren » — (ofschoon
zij op eene andere plaats betrekking heeft
op de zaak der persoonlijke zaligheid) —
is hier alleen toepasselijk op de geschikt-
heid voor den arbeid. Waarschijnlijk is
zij ontleend aan de wijze, waarop de
f^omeinen gekozen werden om in het leger
te dienen. De mannen werden volgens de
stammen en geslachten vergaderd, en de
nieuwe soldaten gekozen naar hunne be-
kwaamheid om zekere proeven van kracht,
moed, enz. te geven; slechts een klein
gedeelte van de candidaten werd eindelijk
aangenomen — «allen geroepen, weinigen
uitverkoren». Vergelijk de wijze, waarop
God « de driehonderd » uit Gideon's man-
nen koos. Richt. VH. En evenzoo in 1 Cor.
IX : 27, maar «verwerpelijk worden»
beteekent niet het verliezen van de per-
soonlijke zaligheid, maar van tó bijzondere
loon eens predikers.
5. Morier, een reiziger in Perzië, verhaalt,
dat hij eiken morgen op de marktplaats
te Hamadan een aantal boeren zag, die,
voorzien van spaden, wachtten tot zij ge-
huurd werden. Toen hij zag, dat sommigen
nog laat op den dag ledig stonden, deed
hij hun dezelfde vraag: «Wat staat gij hier
den geheelen dag ledig? » en het antwoord
luidde eveneens: «Omdat ons niemand
gehuurd heeft».
6. De « penning » is de Romeinsche zil-
veren denarius, welke nominaal ongeveer
38 cents van ons geld, maar werkelijk veel
meer waard is, door de veranderde waarde
van het geld. Het was de dagelijksche soldij
van een krijgsman in den tijd onzes Heeren.