Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
258
LVI. DE VRAAG VAN PETRUS.
rjeest werken. God ziet er niet op hoeveel
gedaan is, maar waarom het gedaan
werd. Als het gedaan werd als een ver-
dienste of om loon, dan telt Hij het niet.
Indien het gedaan werd alleen uit liefde
voor Hem, zonder gedachte aan loon, dan
schat Hij het hoog. Denk aan de arme
weduwe en de vele rijken bij de schatkist
(Luk. XXÏ : 1—4) — zij gaf a meer dan \
allen » — daar was « de laatste de eerste ». |
En denk aan Judas, een van Christus'
«eerste» arbeiders, «de laatste»—neen,
hij zou er in het geheel niet bij zijn. Zoo
ook Ananias en Safira, Simon de Toovenaar, j
de Farizeër met zijn vasten en zijne ;
tienden (Lukas XVIH : H, 12), de «velen»
in Matth. VH : 22, 23.
Petrus moet zich dus hoeden — hij zal
niet alles verliezen, gelijk dezen; maar
indien hij denkt aan het «loon » in plaats :
van aan Christus' liefde, dan is zijn arbeid ,
bedorven, zijne belooning minder, en wat hij
ontvangt zal geen genoegen voor hem zijn. j
En nu geeft Jezus een verhaal om dit
toe te lichten.
4. De Gelijkenis {Zie Aant. 3). i
Het huren. — Tijd van den wijnoogst — '
al de heuvelen met dikke trossen beladen. Er ;
zijn meer arbeiders noodig {Voorbeeld.— i
Zooals in den tijd van het vlaswieden \
of het maaien bij ons) — dit weten de j
mannen uit de buurt — de marktplaats
van het dorp is reeds vroeg in den morgen
bezet met groepjes mannen, die wachten
tot zij gehuurd worden {zie Aant. 5) —
hier komt een wijnbouwer — de over-
eenkomst is spoedig gesloten — het loon
vastgesteld — de mannen gaan weg.
Nogmaals en nogmaals komt de wijn-
bouwer terug — hij heeft meer menschen
noodig — het weder is schoon — de oogst
goed — hij wil alles zoo spoedig mogelijk
binnen halen. Zelfs te 5 uren 's nam. zoekt
hij nog arbeiders — zelfs nu zal hij ze
nog aannemen — maar geene overeen-
komst — deze zijn blijde, dat zij gehuurd
worden — zij zullen « het maar overlaten ».
Het werken. — Zie in den wijngaard.
Allen werken zij als bijen — sommigen
plukken de druiven, anderen dragen ze
in korven (Jer. VI : 9) naar de wijnpers,
anderen treden er het sap uit — overal
drukte en gejuich (Jes. XVI : 10; Jer.
XXV : 30). Een zware arbeid, zoovele
uren lang in de brandende zon, aan den
verzengenden wind {zie Aant. 7) blootge-
steld. Waaraan denken de gehuurde ar-
beiders? Bedenken zij hoe het werk het
best gedaan zal worden? Zijn zij blijde,
dat zij voor hun jneester arbeiden ? Neen —
wat bekommeren zij zich om hem? — zij
denken alleen aan hun loon — zoo aanstonds
zullen zij het onverschillig aannemen en met
trage schreden naar huis gaan. Maar deze
mannen, die eerst gekomen zijn op het uur,
dat de zon achter de westelijke heuvelen
verdwijnt — zij zijn geheel anders — zij
weten niet hoeveel geld zij zullen ontvan-
gen — weten, dat zij weinig verdienen —
zij laten het gaarne aan den heer over —
weten, dat deze milddadig is.
De betalitig. — Eindelijk gaat de zon
onder — het werken is gedaan — nu
komt de afbetaling (Lev. XIX: 13; Deut.
XXIV : 15).
(a) De mannen, die het laatst gehuurd
zijn — hoeveel zullen zij ontvangen? De
meester is rijk en goed — hij wil niet,
dat zij naar huis zullen gaan met bijna
niets voor hun gezin — weet, dat zij gaarne
wilden werken, maar niet gehuurd werden
— hij zal hun een geschenk doen — het
loon voor een geheelen dag. Stel u die
blijde gezichten en vroolijke dankbetui-
gingen voor!
(ö) De mannen, die het eerst gehuurd
zijn — hoeveel zullen zij ontvangen? Hun
volle loon, niets minder, de juiste som, die