Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
LVI. DE VRAAG VAN PETRUS.
257
dat ik haar ook zes stuivers gaf; vindt gij dat niet heel onrechtvaardig
tegenover den groentenman ? »
«O neen, mama, ik vond, dat u heel edelmoedig was voor de arme
vrouw ».
«Gesteld nu eens, Karei, dat de groentenman het hoorde, en kwam
klagen, dat ik hem te kort had gedaan, zou ik dan niet zeggen juist
wat de heer des huizes tot de arbeiders zeide, die één penning niet
genoeg vonden: «Is het mij niet geoorloofd met het mijne te doen,
wat ik wil?» Zou dat niet zeer billijk zijn ?»
Schets van de Les.
De rijke jongeling gaat bedroefd weg
{Herhaal). Jezus en de Apostelen zien
hem na. Wat moest Jezus wel gevoelen?
(Zie Luk. XIX: 41, 42). Maar wat denken
de Apostelen? — «Hoeveel beter zijn wij
dan die man! wij hebben alles verlaten,
om Jezus te volgen.» Dat hadden zij ook,
maar was het goed, dat zij dit zulk eene
groote zaak achtten? Wat had Jezus voor
hen verlaten — en voor ons allen? 2 Cor.
VHI : 9; Phil. II : 5—9.
1. J)e vraag van Petrus, vers 27.
«Wat zal ons geworden?» Evenals een
arbeider of dienstknecht met den meester
overeenkomt — wil weten « hoeveel loon »
hij krijgt, zoo wil hij ook met Christus
een overeenkomst sluiten — « onze diensten
zijn zooveel waard — wat bepaalt gij er
voor?» Petrus dwaalt hier op tweeërlei wijze.
(a) Had Jezus zijne hulp noodig? Had
Hij niet buiten hem gekund? Was het niet
een voorrecht voor Petrus, dat hij tot het
werk geroepen werd ? ( Voorbeeld. — Even-
als een leerling — wordt die betaald'*
Neen, hij moet zelf geld geven).
(b) Was zijn arbeid werkelijk een ver-
dienste? (Zie Isten tekst om te leeren) —
zelfs al ware zijn werk volmaakt (en wat
was het?), dan zou het slechts zijn plicht
zijn. {Voorbeeld. — Een klein meisje helpt
hare moeder — wil zij betaald worden?
waarom niet?) Behalve dat, had hij dan
geene reden tot dankbaarheid? ( Voorbeeld.
— Iemand redt u uit het water of uit een
brandend huis — hij verzoekt u eene klei-
nigheid voor hem te willen doen — vraagt
gij dan: a Wat ontvang ik er voor?»).
2. Het antwoord, vers 28, 29. Toch
zal Jezus betalen — en welk een loon!
Een nieuwe hemel en eene nieuwe aarde
zullen geboren worden (Jes. LXV : 17;
Openb. XXI : 6) — Petrus en zijne met-
gezellen zullen dan hun loon ontvangen,
eer en macht {Zie Aant. 1). En zij niet
alleen (verg. 2 Tim. IV : 8) — iedereen,
die iets om Christus' wil verlaat, zal be-
loond worden. Naar welken maatstaf? Tegen
een vasten, billijken prijs? o neen —
«honderdvoudig». {Voorbeeld. —Evenals
het zaad, dat gij afstaat om het aan deyi
grond toe te vertrouwen., opkomt en u
overvloedig terugbetaalt).
Wanneer? (a) In dit leven; er zullen
beproevingen zijn (zie Markus), maar God
zal alles goed maken. Wat zeide Paulus?
Hij had alles verlaten: « droevig, en toch
blijde», enz. (2 Cor. VI : 10). {b) In het
toekomende leven — wie kan zeggen wat
dan het loon zal zijn? 1 Cor. II : 9.
3. De waarschuwing, vers30. «Maar»
— er is een « maar » — iets, waarop men
bedacht moet zijn. a Vele eersten zullen
de laatsten zijn». Wie zijn de «eersten»?
De vroegste en voornaamste arbeiders.
Niet allen zullen de laatsten zijn, maar
« velen ».Wie ? — Zij, die in een verkeerden
17