Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
248
LIV. TWEE GELIJKENISSEN OVER HET GEBED. 248
H : 27, 31; Openb. I : 18, VI: 8, XX : 13,
14 is het woord Hades; en zoo ook in
het oorspronkelijke van onze Geloofsbelij-
denis. In Matth. V : 22, 29, 30, X : 28,
XXHI : 15, 33; Mark. IX : 43, 45, 47 is
het woord Gehenna. De gelijkenis sluit het
denkbeeld in zich, dat de boozen « pijnen »
lijden in den toestand vóór de opstanding.
De Hades is niet het verblijf van de boozen
alleen. Er zijn twee gedeelten van den Hades;
de eerste wordt « Abraham's schoot» ge-
noemd, en op eene andere plaats het
e paradijs» — hetwelk van het andere
gedeelte door de groote klove wordt ge-
scheiden.
(f) a Vader Abraham j>. De rijke man
beriep zich op die bloedverwantschap, waar-
van de Joden verwachtten, dat zij hun
eene plaats in het Koninkrijk zou ver-
schaffen (Matth. Hl : 9).
(gr) Het is opmerkenswaard, dat een
Lazarus, en ook Eén grooter dan Lazarus
« van de dooden heenging» om de Joden
te waarschuwen; en zij lieten zich niet
«gezeggen».
Les LIV. — Twee gelgkenissen over het gebed.
(küeer, leer ons biddeny>.
Te lezen — Luk. XVHI : 1—14.
Te leeren — Ps. XXXIV : 15,18; Spr. XXVHI: 13. (Ps. 25 : 7 ; Gez. 79 : 2, 5; Gez. 81 :1).
Voor den Onderwijzer.
Ieder onderwijzer weet wat het gewone antwoord, door den een den ander
nagepraat, is op vragen als; «Hoe kunnen wij in den Hemel komen?» of «zalig
worden?» — nl, adoor bidden», een antwoord nog meer gewoon dan «c?£)or
een braaf levenof adoor het geloof-o. Van hoeveel belang is het dus, dat
kinderen leeren, wat hel bidden eigenlijk is.
De meest heei-schende denkbeelden over hel onderwerp zijn die, waarnaar
in hel begin van de Schets verwezen wordt — denkbeelden, van welke het
te vreezen is, dat zij zich niet alleen lol de jeugdigen bepalen; en niets is beter
berekend om er de dwaling van te doen inzien dan de twee gelijkenissen,
die wij nu voor ons hebben, als zij met die bedoeling onderwezen worden.
Het is natuurlijk goed om aan te dringen op ras^egreiüoonfen bij het bidden; op
de verschillende soorten van gebed te wijzen: dankgebed, schuldbelijdenis,
aanbidding, voorspraak, verzoek; om over de tijden, plaatsen, wijzen van
gebed te spreken; maar het doel van deze Les is, zonder deze onderwerpen
aan te roeren, eens voor al aan te toonen wat het wezen des gebeds is, nl.
vragen van hetgeen men behoeft, en daarom aanhoudend en nederig vragen
— en indien dit met goed gevolg gedaan wordt, is er reeds veel gewonnen.
Men trachte echter aan te toonen hoezeer wij aan hetzelfde behoefte hebben
als de weduwe en de tollenaar.
Wat er overigens belangrijks te leeren valt uit de gelijkenissen van den
Farizeër en den Tollenaar wordt in de Schets volledigheidshalve aangeteekend,
maar evenals bij andere gelegenheden zal de onderwijzer wèl doen, indien hij
dit ter zijde laat, en zich tot eene zaak bepaalt.