Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
LIII. AANGAANDE DEZE WERELD EN DE TOEKOMENDE.
243
6. Verscheidene fijne schakeeringen in
het beeld van den oudsten zoon kunnen
nog aangewezen worden. Zijn vragen «Wat
dat mocht zijn» toont eene geneigdheid
aan om zich te beklagen. «Met mijne
vrienden» — hier is dezelfde geest van
onafhankelijkheid, welke zijn broeder had
gekenmerkt, alsof zijne vrienden onder-
scheiden waren van die zijns vaders. « Deze
uw zoon» — niet «mijn broeder». Zijne
beschrijving van het leven zijns broeders,
hoe juist deze ook ware, werd hem alleen
ingegeven door zijne liefdelooze vermoe-
dens. niet door wat hij werkelijk wist.
«Gekomen» is — niet «teruggekeerdj»,
hij spreekt als van een vreemdeling.
Les LUI. — Aangaande deze wereld en de toekomende.
« Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. m
Te lezen — Luk. XVI (gedeelten).
Te leeren — 1 Tim. VI : 17—19; 1 Joh. II : 15-17. (Gez. 181:1; Gez. 189:2, 6).
Voor den Onderwijzer.
Daar het onmogelijk bleek te zijn over alle, al ware het slechts de voor-
naamste, gelijkenissen eene afzonderlijke Les te geven, is er in dit geval, en in
andere gevallen eene poging gedaan om het onderricht van twee of meer gelijke-
nissen te verbinden. Elk van de twee, die wij nu voor ons hebben, is, om
hare innerlijke beteekenis, waardig afgescheiden van de andere en grondig be-
studeerd te worden; maar in de Schets worden zij eenvoudig beschouwd als
voorbeelden van het algemeen onderwerp der Les, dat in de inleidende para-
graaf aangegeven wordt. Men zal echter zien, dat de practische lessen, zoowel
aan de eene als aan de andere gelijkenis vastgeknoopt kunnen worden, en
het staat derhalve den onderwijzer vrij een van de twee te kiezen en de
andere weg te laten. Maar zij vullen elkander op zulk eene treffende wijze
aan, dat gevorderde leerlingen de vereeniging van de twee, zooals in de Schets
wordt gegeven, denkelijk met grootere belangstelling zullen volgen. En welk
verschil maakt deze wijze van behandelen ook voor jongere kinderen, anders
dan dat er twee geschiedenissen verhaald worden, die dezelfde waarheid op
verschillende wijzen toelichten? Mocht toch het onwaardige denkbeeld geen
veld winnen, dat alle geschiedenissen aantrekkelijk zijn, behalve die uit de
Schrift!
Het laatste gedeelte van de samenspraak tusschen den rijken man en Abraham
en andere belangrijke punten in de beide gelijkenissen moesten noodzakelijk
weggelaten worden.
Vele leeraars en onderwijzers hebben de gewoonte hunne toehoorders zoo
toe te spreken, dat zij het ontkomen aan de hel feitelijk tot het hoofddoel
van den godsdienst maken, meer dan den dienst van Christus en de verheer-
lijking van God. In de Schets moet men geene ondersteuning van deze dwaling
zien, welke zorgvuldig in al deze Lessen vermeden is.