Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
LI. DE MAALTIJD VAN DEN OVERSTE DER FARIZEËN.'
235
te maken; zij verkrijgen hierdoor eene uitgebreidheid, die schijnbaar niet in
evenredigheid is met het overige. Bij het onderwijs zelf zal men zien, dat de
derde afdeeling den meesten tijd inneemt, en daar deze ook de voornaamste
is — de eigenlijke kern der Les — behoort dit zoo. Met jongere klassen kan
men veel van de tweede afdeeling weglaten, daar voor hen de les bijna uit-
sluitend over het Groote Avondmaal moet handelen; maar zelfs dan dient men
acht te geven op de voorafgaande gebeurtenissen, ten einde de tegenstelling aan
te toonen, waarop in de derde afdeeling en in hel motto van deze Les gewezen
wordt. De raadgevingen van onzen Heer in vers 8—14 zijn echter belangrijk,
daar zij aantoonen, dat deze en soortgelijke gezegden als gelijkenissen werden
uitgesproken, en niet alleen in hunne oppervlakkige letterlijke beteekenis opge-
nomen moeten worden; zie de Schets. Maar indien zij worden behandeld,
kunnen zij zeer goed toegepast worden op de kleine bewijzen van zelfzuchtig-
heid onder kinderen, zooals het kiezen van de beste plaats op school, bij den
kachel thuis, enz.; het meegeven van lekkernijen als anderszins aan die kame-
raden, welke het meest te zeggen hebben, niet aan hen, die minder in tel
zijn, enz., enz.
Het wonder van den waterzuchtigen man behoeft in deze Les niet breed-
voerig behandeld te worden. De lessen, die men er aan kan ontleenen, zijn
reeds in Les XXXI opgenomen.
Schets van de Les.
Jezus is nu in Perea, het oude land van
Gilead. Hier worstelde Jakob, hier overwon
Israël Sihon, streden Jefta en Joab tegen
de Ammonieten, vluchtte David voor Ab-
salom, werd Elia geboren, stierf Achab.
Zeventig discipelen zijn voor Hem uitge-
gaan — om wat te verkondigen? Zie nu
den uitslag. Evenals het in Galilea was in
den eersten tijd van Zijne openbare pre-
diking, zoo is het ook hier; scharen volks
verdringen zich om Hem, Matth. XIX:2;
Luk. XIV : 25 — misschien XI: 29, XH : 1
{zie Aant. 1); tollenaren haasten zich tot
den «Vriend van zondaren», XV: 1; Farizeën
ontvangen Hem in hunne huizen, XIV :1.
Gaan wij heden met Jezus naar een van
deze feestmalen der Farizeën.
I. Jezus op den maaltijd.
"Wie geeft het feest ? vers 1 — zeker
een groot en rijk man — de eigenaar van
een fraai huis (vele grootsche bouwvallen
zijn nog in steden van Perea te zien) —
vele knechten, enz. Dit is een groot feest —
vele gasten, rijke menschen, wetgeleerden,
Farizeën, enz. (vers 7, 12) — zie hoe zij
binnenkomen en de gastheer hen ontvangt,
enz. {beschrijf dit — Zie Les XXX). Waar-
aan denken de gasten? vers 7 — zij
trachten allen de beste plaatsen te krijgen
— welk eene ijdelheid, afgunst, ontevre-
denheid in hunne harten!
Maar één van de gasten is een vreem-
deling, in het bijzonder door den gastheer
uitgenoodigd — wie? Hoe zijn de anderen
jegens Hem gestemd? vers 1 — Hij is
anders dan zij — Hij geeft niet om al
hunne plichtplegingen (zie Mark. VH : 2—8)
— misschien zal Hij in hunne oogen iets
vreemds of verkeerds doen — daarom
«nemen zij Hem waar». Welke dag is
het daarenboven? vers 1 — «laat ons
zien of deze den Sabbat zal houden».
Hielden zij dien? — gaven zij zulke fees-
I ten, veroorzaakten zij zooveel moeite en