Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
234
LI. DE MAALTIJD VAN DEN OVERSTE DER FARIZEËN.' 234
Aanteekeningen.
1. (üToen de dagen Zijner opneming» —
de opneming is de Hemelvaart; een soort-
gelijk Grieksch woord betrelïende deze
gebeurtenis wordt gebezigd in Mark. XVI:
19; Hand. 1 : 2; 1 Tim. Hl : 16.
2 Het plan dezer reis was waarschijnlijk
als volgt: — De Heer verliet Galilea om
Samarië binnen te gaan aan het zuidelijke
uiteinde van Esdraelon. Toen Hij bij het
eerste vlek uitgestooten werd, keerde Hij
tot het gebied van Galilea terug; daarna
wendde Hij zich oostwaarts, ging verder
voort langs de grenzen van de twee pro-
vinciën, en genas onderweg de tien
melaatschen; toen daalde Hij, nadat Hij
de heuvelen van Gilboa overgetrokken was,
af inde vallei van den Jordaan bij Scythopolis
(Bethsean), en ging de rivier over door
middel van een brug, die den toegang tot
Perea verschafte. De redenen voor deze
opvatting worden in het Aanhangsel over
de Tijdrekening, blz. 222, gegeven.
3. Zie over de Samaritanen en hunne
verhouding tot de Joden Les XVII, Aan-
hangsel 1. Om «voor Hem herberg te
bereiden i> beteekent waarschijnlijk meer
dan eenvoudig voor voedsel en een onder-
komen te zorgen; het Grieksche woord is
hetzelfde, dat gebruikt wordt met betrekking
op het « bereiden van den weg des Heeren »
door den Dooper. De Samaritanen verwier-
pen dus niet slechts een gezelschap Gahleërs,
die naar een feest gingen, maar Eénen,
die zeide de Messias te zijn. Merk ook
op, dat het wegbereiden voor den Messias
Elia's werk was (Mal. IH : 1, IV : 5;
Matth. XI : 10, 14, XVH : 10-13; Luk.
I : 17); vandaar misschien de wensch
van Jakobus en Johannes om te doen
zooals hij; in verband daarmede is het
belangrijk te weten, dat de Berg Karmel
(die aan de werkzaamheid van Elia deed
denken, 2 Kon. I) waarschijnlijk toen in
het gezicht was.
« Gij weet niet, van hoedanigen geest
gij zijt. «Gij weet niet welke geest u
deze woorden ingeeft; gij denkt, dat het
ware ijver is, terwijl het inderdaad hoog-
moed is;» oi «Gij weet niet wat de Geest
der bedeeling is, waartoe gij behoort; wat
aan Elia onder het Oude Verbond geoor-
loofd was, zou in u verkeerd zijn onder
het Nieuwe.» Deze laatste is de natuur-
lijkste beteekenis. De woorden komen
echter niet in de beste handschriften voor.
4. Twee van de drie voorvallen, in vers
57—62 verhaald, worden door Mattheus
(VIII : 19—22) vermeld, als in een vroeger
tijdperk gebeurd. Het is niet gemakkelijk
om te beslissen bij welke gelegenheid
zij plaats hadden, maar de volgorde van
Lukas schijnt verkieslijk te zijn.
5. «Laat de dooden hunne dooden
begraven», d. i. laat hen, die geestelijk
dood zijn, zich veroorloven met de be-
langen hunner onsterflijke natuur ver-
vuld te zijn; zij, die «Gode levende» zijn,
moeten eerst « Zijn Koninkrijk zoeken ».
Het doel is hier niet, om iemand inde vervul-
ling van zijne familieplichten teverhinderen.
Onze Heer zag ongetwijfeld, dat de man
van een somber, droefgeestig gestel was, ge-
neigd om over zijn verdriet te tobben, en up
die wijze de roeping tot een werkzaam,
zelfopolferend leven te verwaarloozen. Hier
moet gedacht worden aan de lange rouw-
plechtigheden van de Joden.
0. « Bekwaam tot het Koninkrijk Gods»
— of liever «dienstig», «van nut», nl.als
een arbeider en leeraar.
Les LL — De maaltijd van den Overste der Farizeën.
«Niet gelijkerwijs de wereld geeft, geef ik w».
Te lezen — Luk. XIV : 1—24.
Te leeren — Jes. LV : 1, 2; Openb. XIX : 9. (Ps. 36 : 2; Gez. 36 : 2, 3).
Voor den Onderwijzer.
In de volgende Schets was het noodig sommige gedeelten breedvoeriger te
omschrijven, ten einde de beteekenis van de woorden onzes Heeren duidelijk