Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
233 L. HET LAATSTE VERTREK UIT GALILEA.

maken » en dat door Zelf te lijden. Zie
hoe Hij spoedig daarna Zijne vergevende
liefde toonde, hoofdst. XVH : 16 — en
een Samaritaansche melaatsche genas.
En zie wat Johannes den Samaritanen gaf,
toen hij de liefde van Jezus beter had
leeren kennen, Hand. VHI : 14—17.
2. Andere discipelen. Hier zijn drie
mannen — zij gelooven in Jezus als den
Messias — zouden gaarne met Hem gaan.
Zijn zij Hem meer gelijk dan Jakobus en
Johannes ?
(a) De al te voortvai ende discipel, vers
67. O ja, hij zal gaan — «maar ook» —
tot alles bereid (evenals Petrus, Luk. XXH
33). Tot alles? Waaraan herinnert Jezus
hem? vers 58 — het volgen van Jezus
geeft geen rijkdom of eer, maar armoede
en lijden. Was Hem niet zooeven een
onderkomen geweigerd? {Zie hiervóór).
Ach, welk een verschil maakt dit! (Foor-
beeld. — Een druppel van een zeker
zuur doet het onechte van het echte goud
kennen; water bluscht het vuur).
{b) De discipel, die door droefheid be-
zwaard en zwak is, vers 59 {Zie Aant. b).
Hoe kan hij gaan, beladen met deze smart,
met al dien rouw vóór zich? Zie hoe ver-
schillend Jezus hem behandelt, vers 60.
{Voorbeeld. — Twee paarden; een toom
voor het eene, sporen voor het andere).
Eerst gebruikte Jezus den toom; nu de
sporen — (iGa heen en verkondig het
Koninkrijk Gods.»
(c) De discipel met een verdeeld hart,
vers 61. Wat wenscht hij te doen? Alleen
afscheid te nemen van zijne huisgenooten
evenals Eliza (1 Kon. XIX : 20)? O neen,
Jezus weet beter — Hij ziet het weifelende
hart — de liefde voor zijn tehuis, die
grooter is dan de liefde tot God — hoe
is hij dan «bekwaam»? Waar moet het
oog des ploegers zijn, indien hij recht wil
ploegen? Behalve dat kan hij, die « terug-
ziet », zich ook <ï terugtrekken». Zie Gen
XIX : 26; Ps. XLV : 11; Luk. XIV : 26
XVII : 31, 32; Phil. IH : 14; Hebr. X
38, 39.
Hoe verschillen al dezen van Jezus! Zij
«richten hun aangezicht niet» om in
Zijne voetstappen te loopen. Had dus Jezus,
toen Hy de plaats verliet, waar Hij zoo
lang gewoond had, metgezellen, die één
hart en één zin met Hem waren? Hier
was nog eene bron van lijden: Hij tvas
alleen.
Zie dus —
De voorbeelden, die wij moeten
vermijden.
Wij zijn geroepen om Christus te vol-
gen — wij moeten Zijne getrouwe dienst-
knechten zijn.
Weezen wij, dat alles niet even aange-
naam zal zijn? Of zijn wij te veel met
ons verdriet of onze moeilijkheden ver-
vuld om op zulke dingen te letten? Of
zien wij terug op vroegere genoegens ?
{Verwijs naar de drie discipelen, zooals
te voren). Volgen wij — trachten wij
godvruchtig te zijn — maar in een ver-
keerden zin — niet berouwvol, nederig,
maar trotsch, omdat wij niet zijn « zooals
andere menschen», en hebben wij dus
geene liefde voor anderen? {Verwijs naar
Jakobus en Johannes, zooals te voren).
Een voorbeeld, dat wij moeten
volgen.
Wij hebben gezien wat Jezus wachtte,
zien wij nu wat ons wacht, 2 Tim. III: 12,
Maar wat daarna? Rom. VIH: 18; 2 Cor.
IV : 17. Hoe kunnen wij Hem gelijk zijn?
zie 1»««« tekst om te leeren — (a) werp
van u alles, wat u terughoudt; (6) loop
met lijdzaamheid; (c) zie altijd op Jezus.
En bedenk, dat wat Hij deed, voor ons
was; zullen wij onze liefde niet toonen
door Hem te volgen?