Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
ZES MAANDEN VAN HET LEVEN ONZES HEEREN.
225
zijn als die van IX : 51—56; de plaats- het oog loopt, wanneer men deze twee
bepaling komt namelijk juist overeen (zie gedeelten met Matth. XVIH en Mark. IX
beneden) en het gesprek, dat onmiddellijk vergelijkt.
voorafgaat (XVII : 1—10), is inderdaad Wij zijn nu zoo ver gekomen, dat wij
niets anders dan de voortzetting van dat- de verschillende verhalen in eene bepaalde
gene, wat in hoofdst. IX: 46—50 begonnen, orde kunnen rangschikken: —
maar niet geëindigd is; hetgeen dadelijk in
L De reis in noordelijk Palestina, welke op de crisis te Kapernaüm volgde (zie Les
XLI, AanL 1), wordt weder gevolgd door een tijd van afzondering in Galilea (Matth.
XVH : 22; Mark. IX : 30), van waar Jezus ook in het verborgen naar het Loofhutten-
feest opgaat.
II. Het Loofhuttenfeest, Joh. VH—X : 21 (Les XLVI—XLVIH).
III. Na dit feest is Jezus weder in Galilea, Matth. XVIII; Mark. IX : 33—50; Luk.
IX : 46-50, XVII : 1—10. Zie hiervóór (Les IL, L).
IV. De tijd is nu daar voor het laatste vertrek uit Galilea, Luk. IX : 51. Jezus
richt Zijne reis zuidwaarts naar Samarië, maar wordt bij het eerste Samaritaansche
dorp teruggestooten, en keert in tot een ander dorp binnen de grenzen van Galilea*
(IX : 52—56). Hij gaat dan langs een geheel anderen weg voort, nl. oostwaarts,
langs de grensscheiding van Galilea en Samarië, naar de vallei van den Jordaan, en
geneest onderweg de melaatschen (XVH : 11 — 19). Voordat Hij Galilea voorgoed
verlaat, verzamelt Jezus de zeventig discipelen, geeft hun Zijne opdracht en zendt
ze uit (X : 1—16), opdat zij Hem vooruitgaan en Zijne komst aankondigen §. Daarna
trekt Hij den Jordaan over en komt in Perea, èn dan, na eene rondreis, waarvan de
omvang niet bekend is, aan de grenzen van Judea §t (Matth. XIX : 1; Mark. X:1).
Gedurende deze rondreis hebben verschillende voorvallen plaats, welke vermeld worden
in Matth. XIX-XX : 16; Mark. X : 1—31; en, met andere, in Luk. XI—XVIII
XLIH—XLVIH).
* Het Grieksch van vers 56 duidt denkelijk aan, dat het «andere» [erepotv
niet aAAijv) vlek niet tot Samarië behoorde.
f De uitdrukking «door het midden van Samarië en Galilea» kan niet eene
reis in zuideUjke richting beschrijven, want waarom wordt dan Samarië voor Galilea
geplaatst? Maar «door het midden» (^/öj (/.écov) beteekent waarschijnlijk «tus-
schen», «langs de grenzen van»; eene opvatting, die bevestigd wordt door
het feit, dat een Samaritaansche melaatsche in gezelschap van de Joodsche
melaatschen was.
§ Misschien zouden Samarië en Judea zoowel als Perea mede in deze
laatste rondreis, welker belangrijkheid blijkt uit de zending der Zeventigen,
besloten zijn geweest, indien Christus niet door de Samaritanen teruggestooten
en naderhand van Judea uitgedreven was (Joh. X : 40).
§f Mattheus zegt, dat Hij kwam « over den Jordaan, in de landpalen van Judea,»
Markus «naar de landpalen van Judea en (deJuiste lezing, niet adoor») óe ovev'
zijde van den Jordaan ». Deze uitdrukking schijnt de aankomst aan de grenzen van
Judea te beschrijven, d. i. aan den Jordaan bij Jericho, alleen aan den oostelij-
ken oever.
V. Hoewel de tijd voor Zijne laatste intrede in .leruzalem nog niet gekomen
was, zal Hij er henen gaan voor het feest der Vernieuwing des Tempels * (want «hoe
dikwijls» had Hij hare kinderen bijeen willen vergaderen). Hij gaat den Jordaan over,
bestijgt den steilen weg van Jericho (Lukas X: 17—37) en heeft gedurende het Feest §
Zijn verblijf te Bethanië (vers 38—42) (Les LVHI en LIX).
* De groote reis van Luk. IX : 51 kon niet naar het Feest der Vernieuwing
des Tempels, een der minder voorname feesten, zijn. De Heer ging naar Jeru-
zalem voor «Zijne opneming». Maar dit sluit niet een voorafgaand bezoek aan
de hoofdstad buiten, vóór dat de reis was voleindigd.
§ Wanneer men opmerkt, waar het tooneel is van de gelijkenis van den
Barmhartigen Samaritaan, en ook, dat zij uitgesproken werd onmiddellijk vóór
15