Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
219 XLVIII. I.»E HERDER EN DE SCHAPEN.
Les XLTIII. — De Herder en de Sehapen.
a Ik ben de goede Herder».
Te lezen — Joh. X : 4—21.
Te leeren — Matth. XVIII : 11—14. (Ps. 23 : 1, Gez. 198).
Voor den Onderwijzer.
Het kan zeer goed gebeuren, dat men te veel aanhalingen uit de Schrift
bij het Zondagschoolonderwijs gebruikt, en vooral Lessen, waarin een geschie-
denis behandeld wordt, moeten er niet mede worden overladen. Toch is
het goed somtijds eene Les te hebben, waarin men gedurig naar teksten ver-
wijst, en dit komt het meest te pas bij die Lessen, waar het een of ander
artikel van het geloof bewezen, of de eigenschappen van God, of de arbeid
van Christus bestudeerd moeten worden. In het onderwerp, dat voor ons ligt,
wordt de arbeid van Christus verklaard door de vergelijking met den herder
en de schapen, en het bleek dus zoowel nuttig als belangrijk te zijn, de
keuze der Schriftaanhalingen grooter te maken dan gewoonlijk. De onderwijzer
late echter niet toe, dat de teksten alleen opgezocht en gelezen worden; hij
moet zien, dat de leerlingen begrijpen in welk verband zij tot het onderwerp
staan, hetgeen zeer dikwijls niet het geval is.
De verwijzing naar Matth. XXVI : 53 b. v., in de onderafdeeling 1 van
afdeeling II, zal niet begrepen worden zonder verklaring; terwijl eenige weinige
woorden — misschien een eenvoudige vraag en een antwoord — voldoende
zullen zijn om haar duidelijk te maken. Onderwijzers van leerlingen, die niet
lezen kunnen, moeten natuurlijk slechts weinig teksten gebruiken, en deze
dan zelf voorlezen of opzeggen. Maar indien zij eenig werk maken van de
beschrijvingen, waartoe het onderwerp aanleiding geeft, en er eene eenvoudige
toepassing aan toevoegen, zullen zij ruimschoots genoeg hebben voor eene Les,
die van groot nut voor de kinderen kan zijn.
Men zorge er voor, dat het verschil tusschen een Hollandschen en een
Oosterschen herder duidelijk worde begrepen, b. v. dat laatstgenoemde zijne
kudde niet voortdrijft, maar haar vooruitgaat. De Schets zal hieromtrent
voldoende inlichtingen geven.
Schets van de Les.
Herinnert gij u, toen Jezus eens eene
groote menigte zag, waaraan zij Hem toen
deed denken? Matth. IX : 36 (Zie Les
XXXII). Maar wie hadden de herders van
die schapen moeten zijn? Natuurlijk de
priesters en de Schriftgeleerden. Zie hoe
zij het volk behandelden, Matth. XXHI :
4, 13, 14. Een voorbeeld hiervan geeft
onze vorige Les — hoe behandelden zij
dien armen man? En wie zocht hem op,
nadat hij uitgeworpen was? Deze geleek
meer op een herder.
Nu zal Jezus den Farizeën aantoonen
wat zij werkelijk zijn (Zie Aant. 1).
Zie hoe Hij beschrijft wat een goed
herder is, vers 2—4. Hoe komt hij in den