Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
I. DE VLEESCHWORDING.
Les 1. — De Y1
(iHet Woord is vleesch geworden^
Te lezen — de teksten,
Te leeren — Phil. II : 6—8j
Voor den Onder
Het is de gewoonte niet, om een Les over de leer van de natuur van
Christus als inleiding aan eene reeks van lessen over zijn aardsche leven te
laten voorafgaan; toch is het niet alleen van het grootste gewicht, dat de waar-
heden, in dit woord aVleeschwording» vervat, door de kinderen (hoe weinig
het ook zij) worden begrepen, maar door voortdurend naar deze waarheden
te verwijzen, zullen de volgende Lessen in belangrijkheid en doelmatigheid
grootelijks winnen.
De onderwijzer zie dus niet tegen dit onderwerp op, omdat er geen verhaal
in is, maar hij doe zijn best het grondig te behandelen, opdat hij naderhand
in staat zij er naar te verwijzen.
In het algemeen maken de kinderen zich evenmin eene voorstelling van de
ware Godheid als van de werkelijke Menschheid van onzen Heer. Aan den
eenen kant denken zij zich «Jezus» en «God» als twee verschillende wezens;
aan den anderen kant begrijpen zij nooit, dat de Christus waarlijk leefde,
voelde, leed, als een mensch. Hunne voorstelling van Hem (onbewust,
natuurlijk — zij redeneeren er niet over) is als van een engel, noch men-
schelijk, noch goddelijk.
Het gewicht van de verschillende punten in deze Les hangt af van de
teksten, die, hoe talrijk ook, toch (en dit moet men wel bedenken) slechts
eene kleine bloemlezing zijn uit hetgeen aangehaald had kunnen worden, en
waaruit zij met veel zorg gekozen zijn. Zij moeten van te voren terdege
bestudeerd worden, zelfs door onderwijzers van kinderen, die niet lezen
kunnen; want hoewel er in zulke klassen niet naar verwezen kan worden,
zal toch de vertrouwdheid er mede eene zekere bepaaldheid aan het onderwijs
geven. De teksten, welke aangegeven zijn om de leer der Drieëenheid te
bewijzen, zijn verreweg de beste voor dat doel, juist omdat hun gebruik voor
andere doeleinden zoo goed bekend is.
Het werd noodig geoordeeld verschillende antwoorden te geven op de vraag,
«Waarom God de Zoon, mensch werd», daar het gewone antwoord «ow
zondaren zalig ie jnaA'en», hoe waar op zich zelf ook, geen genoegzaam
denkbeeld geeft van de grootheid en de uitgestrektheid van Christus' werk. De
aangehaalde teksten, al is er geen tijd om ze geheel te verklaren, zullen er
toe bijdragen om daarvan een denkbeeld te geven.