Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
XLVII. DE BLINDGEBORENE.
217
hierin kan hij zich niet vergist hebben —
dat is genoeg voor hem.
III. Voor Christus lijdende. (Lees
vers 28—34).
Twee dingen moet hij verdragen:
1. Smaad, vers 28 — deftige priesters
en rechters bespotten hem en geven hem ;
scheldwoorden. Maar wat zegt .lezus van
hen, die aldus lijden? Matth. V : 11.
2. Verbanning, vers 34 (Zie Aant. 7).
«Uitgeworpen» — hij mag niet meer God
komen aanbidden in den Tempel of de
Synagoge. Dit zeide Jezus, dat met Zijne
discipelen zou gebeuren, Joh. XVI : 2;
maar wat voegde Hij er bij? XVI : 33;
verg. Jes. LXVI : 5.
IV. Christus aanbiddende. (Lees
vers 35—38).
Lees nog eens dien laatsten tekst (Jes.
LXVI: 5) — wat is de belofte voor hen,
die «uitgeworpen worden»? — <l Hij zal
verschijnen tot ulieder vreugde »; daarom
zoekt Jezus Zijn uitgeworpen dienstknecht
op. Kent de man Hem? Hij had Hem
vroeger nooit gezien (van het badwater
was hij naar huis gegaan — van daar naar
de plaats, waar de oversten vergaderd
waren) — maar die stem — zij is hem
zoo welbekend — zou hij die ooit kunnen
vergeten? «Of hij in den Zoon van God
gelooft?» — hij weet niet wie dat is,
maar hij is gereed om te gelooven alles,
wat Hij, die hem genezen heeft, hem zegt
(vers 36), opdat ik in Hem moge geloo-
ven ! «Gij hebt Hem gezien» — uwe
oogen, die ziende gemaakt werden, hebben
den Zoon van God aanschouwd — hoe
konden zij dit? — de Zoon van God heeft
ze ziende gemaakt. En nu ziet hij den Zoon
van God ook met de oogen des geestes —
onder de eenvoudige kleeding van den
landman herkent hij Eénen, die waardig
is aanbidding te ontvangen — zie hem
liggende aan de voeten van Jezus.
Hier is een beeld van den waren
Christen.
1. Christus heeft zijne oogen geopend —
zijne geestelijke oogen. Waarom is dit
noodig? Omdat hij zonder die 7iiet kan
zien! Wat ? (a) Hoe zondig hij is. (b) Hoe de
heilige God de zonde haat. (c) Hoe hij,
een zondaar, toch nog de genade Gods
voor nu en hiernamaals kan verkrijgen,
(d) Hoe gelukkig het is, Gods kind te zijn;
en nog veel meer. En het ergste van alles
is, dat hij niet weet, dat hij blind is (Openb.
111:17)! Wie onzer is hieraan gelijk? Maar
wanneer" Christus zijne oogen opent, wat
ziet hij dan? JobXLIl:5,6; Ps.CXlX:18;
Ef. I : 17—19. Hij ziet nu alles — zijne
zonde, de liefde Gods, en hij kan zeggen:
«Eén ding weet ik, dat ik blind ivas,
en nu zie!» Wie onzer kan dit zeggen?
2. Hij belijdt Christus voor de men-
schen. Er is eene verandering in hem
gekomen — het is duidelijk te zien —
de menschen om hem heen zeggen: «Kan
het dezelfde man zijn? Wat is er met hem
gebeurd?» — Wat is dan zijn antwoord?
zie vers 11 — hij wijst hen op Jezus —
geeft allen lof aan Hem. En hij kan doen
wat de bedelaar niet kon doen — zoo
velen uit zijne omgeving zijn ook blind —
hij kan hen tot Christus leiden. Zijn som-
migen hem hierin gelijk?
3. Hij lijdt blijmoedig voor Christus,
Scheldwoorden, spottende blikken, mis-
schien kwaadwillige bejegeningen — ja,
zij zijn moeilijk te dragen. Maar waaraan
denkt hij? Matth. X : 24, 25; Joh. XV :
18—20; 1 Petr. IV : 13; Hebr. XII : 3.
4. Christus openbaart zich aan zijne oogen,
die met aanbidding op Hem zien — nu
aan de oogen des geloofs. Joh. XVI :21,
23; Hand. XVHI: 9,10, XXHI: 11, XXVII:
23; en wat hiernamaals? .Jes. XXXIII: 17;
Joh. XVII : 24; 1 Joh. Hl : 2. Zullen wij
Hem dan niet aanbidden?