Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
XLVII. DE BLINDGEBORENE.
215
Los XLVII. — De Blindgeborene.
» Eén ding xveet ik, dal ik blind was, en nu zie.»
Te lezen — Joh. IX.
Te leeren — Ef. V : 8; Rom. X : 10. (Ps. 146 : 6, 8).
Voor den Onderwijzer.
Voor deze Les is de toepassing van de grootste waarde; de onderwijzer
drage zorg, dat het verhaal niet zooveel tijd neme, dat de uitwerking van de
toepassing daardoor verzwakt wordt. Dit kan gemakkelijk vermeden worden,
want, ofschoon het hoofdstuk lang is en doorgelezen moet worden (of liever
tot vers 38), is het zeer gemakkelijk te begrijpen, en vereischt het slechts hier
en daar eene kleine om.schrijving van uiterlijke zaken
De groote zaak, waarop het bij de toepassing van dit onderwerp aankomt,
is deze: dat men aanwijst wat het besliste en onmiskenbare karakter van
ware bekeering is. «Eén ding weet ik, dal ik blind was, en nu zie». Men
geve zich veel moeite om uit te leggen, welke die dingen zijn, die alleen
waarlijk «gezien» kunnen worden, wanneer de oogen der ziel zijn geopend.
Onze leerlingen weten deze dingen; zij hebben ze geleerd, maar hebben zij ze
ooit zoodanig beschouwd, dat zij konden zeggen: «Nu zie ik hef?» Deze vraag
moet aan het geweten der kinderen gedaan worden; en dan wijze men hun op
het zekere gevolg van dit «Zien» — onbeschroomde toewijding aan en belij-
denis van Christus. Als toelichting kan o. a. gebruikt worden de verwondering,
welke de kinderen gevoeld hebben, toen zij voor het eerst iets zeer bijzonders
(b. V. een vuurwerk) zagen, dat ver hunne verwachting te boven ging.
«Daar hadt gij vroeger geen denkbeeld van, niet waar?»«Neen».— «Welnu,
sommigen uwer kunnen zich geen denkbeeld maken van.....(de liefde van
Christus — de verleiding der zonde — de vreugde eens christens)... wan-
neer gij dit werkelijk kunt, dan zult gij door vei'wondering overstelpt worden. »
Het is onnoodig te zeggen, wat de onderwijzer zelf moet zijn, om zoo te
kunnen spreken.
Schets van de Les.
Wat doet Jezus na Zijn gesprek met
de Joden? Zie, Hij komt uit de Tempel-
deuren met Zijne discipelen. Hij staat stil,
om naar een blinden bedelaar (vers 1) te
zien, die daar zonder twijfel zit om aal-
moezen te ontvangen (verg. Hand. IH : 2).
Hij is verworpen geworden door hen, die
beter konden weten — zij verkozen de
duisternis boven het Licht der Wereld —
maar hier is een arme, verachte bedelaar —
aan dezen zal Hij licht voor lichaam en
ziel geven — hij zal de Zon aan den hemel
en tevens de Zon der Gerechtigheid zien.
Maar de discipelen denken aan iets anders,
vers 2 {zie Aant. 2) — «waarlijk, wan-
neer het lijden door de zonde wordt ver-
oorzaakt, dan moet er ergens zware zonde
geweest zijn, om dit te veroorzaken —
blindheid van de geboorte af!)) Wat zegt
Jezus? vers 3 — ja, indien er geene zonde