Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
XLVI. HET LOOKHl'TTENFEEST.
213
naar geld, ja; maar wie dorst er naar
den Heiligen Geest? Kn toch, indien wij
dezen niet hebben, wat dan? Rom. VHI: 9.
Maar indien wij dorsten, dan — zie Jes.
XLIV : 3; Matth. V : 6.
Christus «staat en roept» (zie vers 37)
tot ons — «O, alle gij dorstigen» (Jes.
LV : 1). Laat Hem niet tevergeefs Zijne
armen tot ons uitstrekken.
Aanteekeningen.
1. Het Loofhuttenfeest, het derde van
de groote jaarlijksche feesten der Joden,
was in de maand Tisri, en duurde zeven
dagen, van den 15den tot den 2'2sten van
de maand. Veronderstellende, dat het jaar
van het feest, in Joh. VH genoemd, het
jaar 29 n. C. was, dan zou de week, in
dat jaar, van den 11 den tot den 18den
October geweest zijn.
De drie groote ieesten hadden alle be-
trekking op de vruchten van den grond,
en pasten dus zeer goed bij een volk, dat
hoofdzakelijk van den landbouw leefde.
Dit derde feest wordt in Exod. XXHI : 16
«het feest der inzameling» genoemd, en
had eene tweevoudige beteekenis: 1. was
het een dankfeest voor de voortbrengselen
des jaars; het koren, de wijn, de olie
waren dan ingezameld. 2. was het eene
herinnering aan het leven in de woestijn,
eu een betuiging van dankbaarheid voor
de vestiging in blijvende woningen; van-
daar het bevel, om, gedurende de week
van het feest, in hutten te wonen. De
Talmud geeft nauwkeurige voorschriften
voor de samenstelling der hutten.
De olferanden, welke voor het feest
verbrand moesten worden, waren zeer
talrijk, en de orde, naar welke de varren
(zeventig in aantal) geolferd werden (vol-
gens Num. XXIX : 12—38), was zeer
eigenaardig.
Twee merkwaardige plechtigheden wer-
den in later tijd aan de inzettingen van
het feest toegevoegd. — (1) Het dagelijk-
sche halen van water uit het Badwater
van Siloam, en het uitgieten daarvan op
het altaar, zooals de Schets dit in 't kort
beschrijft. (2) Het ontsteken van de acht
lichten (aan twee groote lichtdragers, vier
aan elk) in den voorhof der vrouwen.
Maar deze plechtigheden wei den (zoo goed
als zeker) niet op den zevenden dag van het
feest, die als een buitengewone dag be-
schouwd werd, in acht genomen; en het
is waarschijnlijk, dat Christus op dien dag
de woorden gebruikte, welke er op schenen
te doelen. Joh. VH : 37, VHI : 12. Maar,
zooals Alford aangeeft, was het de afwe-
zigheid van de plechtigheid op den zevenden
dag, die zooveel klem aan Zijne woorden
gaf.
Het Looi huttenfeest was het vroolijkste
van alle Joodsche jaarfeesten. Het wordt
N
W
VOORHOF DER HEIDENEN
vTÊMm
VOORHOF
VAN
Qaltaa^
PRIESTBRS

oe
■:ïl
VOORHOF
VOORHOF DER
ISRAELiTEN
DER
ROUWEN
^ DE KONINKLIJKE' ...............
• « • • • •• •••
1** " ' * * * V^ .......
in den Talmud «Het feest» genoemd, als
om het boven de andere feesten te verhef-
fen, en er was een welbekend spreekwoord,
dat «wie de vreugde, bij het uitgieten van
het water van Siloam niet gezien heeft,
nog nooit in zijn leven vreugde heeft aan-
schouwd.»
Dat de uitdrukking « Licht der Wereld »
door onzen Heer werd gebruikt met be-
trekking tot de plechtigheid van het ont*