Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
212
XLVI. HET LOOFIirTTENFEEST.
Alsof Hij wilde zeggen: «Al die lichten,
welke gij gedurende het feest hebt ont-
stoken, kunnen er niets toe bijbrengen
om u werkelijk gelukkig te maken, de
zonde weg te nemen, u voor te lichten
op den weg naar den Hemel — maar er
is een Licht, dat dit kan doen — Ik ben
dat Licht — en niet als deze lichten op
korten afstand lichtende — maar als de
zon, het «Licht der Wereld». «Die Mijvólgt,
zal in de duisternis niet wandelen » —
«zal niet wandelen in onwetendheid, zonde,
ellende; evenals de Israëlieten, wanneer
zij op de vuurkolom vertrouwden en deze
volgden, niet verdwaalden, zoo zal ook een
ieder uwer, die in Mij wil gelooven, en
Mij volgt, den waren weg leeren om ge-
lukkig te zijn en God te behagen.»
Wat was het «water», dat Hij aanbood?
vers 29 {Zie Les XXVII). Waarom is de '
Heilige Geest gelijk aan water? — Hij !
wekt de ziel op en verkwikt haar, evenals |
het water dit doet met het lichaam. En |
nog iets anders ook — hij, die dit «levende
water» heeft, kan het ook anderen geven;
het zal niet slechts in hem zijn, maar uit |
hem vloeien, vers 38 {Zie Aant. 2). Ja, en j
(Jezus zegt het tot hen) wanneer Hij van |
hen heen is gegaan, zullen zij zien, hoe dit |
« levende water» stroomen zal uit Zijne |
dienstknechten. Gebeurde dit? Zie Hand. H.
IV. Hoe het aanbod werd aan- [
genomen. 1
(a) Op sommigen maakt het indruk,
vers 40, 41. —'«Ja, dit moet Hij zijn». '
En zelfs de dienaren, welke gezonden |
worden, om Hem gevangen te nemen
(vers 32) — wat denken zij? vers 45,
46 — zij zijn zoodanig getroffen door Zijne
woorden, dat zij Hem niet durven aan-
raken. Dit schijnt echter alles te zijn — '
wij lezen niet van menschen, die Hem
met hun geheele hart aannamen. |
{b) Sommigen twijfelen — waarom? i
vers 41, 42. Maar zij hadden de moeilijk-
heid kunnen oplossen, indien zij slechts
gewild hadden.
(c) Sommigen spreken op verachtelijke
wijze van Hem — vers 47—52. — «Deze
Galileër! wat gaat het ons aan wat hij
zegt? Dat het onwetende volk hem aan-
hange — wij weten beter».
Van waar nu deze uitslag? Omdat zij
onverschillig zijn. Zij zijn als menschen,
die geen water hebben, en toch nauwelijks
den dorst gevoelen. Zij hadden behoefte
aan een Zaligmaker van de zonde, een
Vriend in beproeving, een Gids in moeilijk-
heden, maar zij dachten er niet aan. Zij
begeerden niet Gods wil te doen en konden
daarom Zijne boodschap niet verstaan
(vers 17). Kn zoodoende werd op hun
waren Koning geen acht geslagen — «in
de wereld, en de wereld heeft Hem niet
gekend». «Zy hébben de duisternis liever
gehad dan het licht m. Indien zij hunne
eigen zonde en de behoefte aan reinheid
en heiligmaking hadden gevoeld, met hoe-
veel vreugde zouden zij dan Jezus begroet
hebben! Zie Luk. VII : 36—50. Maar zie
van welke zonden Jezus hen beschuldigt:
Joh. VIII : 55 — leugen; vers 37, 40 —
moord. Zelfs toen sommigen zoo getrolTen
waren, dat zij zich bijna tot Hem bekeer-
den — hoe kwam het toen, dat zij zich
terugtrokken, niet «in Zijn woord bleven
en waarlijk Zijne discipelen werden»?
zie vers 30—39; Hij belooft hun vi-ijma-
king van de zoyide, en zij worden geër-
gerd! Zij verwerpen Hem dus, omdat zij
niet wenschen, dat Hij hen vrijmaakt; en wat
zegt Hij, dat van hen worden zal? vers24.
Is dat genaderijk aanbod ook
voor ons?
Ja, {zie den tekst om te leeren) —
adie wilft.
Wie onzer dorst? Dorst naar genot, of