Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
209 XLVI. HET .LOOFHUTTENFEEST.
Les XLVI. — Het Loofhuttenfeest.
« Hij ivas in de toeveld, en de wereld heeft Hem niet gekend ».
Te lezen — Joh. VH en VHI (gedeeltelijk).
Te leeren — Jer. \l : iS; Openb. XXH : 17. (Ps. 100 : 3; Gez. 152 : 3).
Voor den Onderwijzer.
Bij het onderwijs op de Zondagschool is het ondoenlijk om de gesprekken
tusschen Christus en de Joden, in Joh. VII en VIII vermeld, vers voor vers
te behandelen. En toch mag in eene historische reeks van Lessen, zooals wij
hier geven, eene bespreking van Jezus' optreden op het Loofhuttenfeest niet
gemist worden. Het plan voor deze Les is om vooral de aandacht te vestigen
op de merkwaardige woorden van Christus, die (zooals men gewoonlijk ver-
onderstelt) naar aanleiding van de plechtigheden van het Loofhuttenfeest
werden uitgesproken, en de toepassing te ontleenen aan de beelden, die aan
deze gezegden ten grondslag liggen; men voege hier zooveel voorname punten
van de samenspraak tusschen, als men gevoeglijk doen kan, zonder de aan-
dacht af te trekken van de hoofdgedachte, en wijze vooral op de indrukwek-
kende verschijning (in het «motto» van deze Le.s uitgedrukt) van den waren
Koning en Zaligmaker in het midden eener verbaasde, twijfelmoedige, licht
bewogen menigte, die Hem niet kende en niet wilde erkennen.
Wanneer men het onderwerp, dat misschien op het eerste gezicht droog en
onaantrekkelijk lijkt, op deze wijze behandelt, zal men ondervinden, dat de
Les eene bijzondere belangrijkheid verkrijgt. De onderwijzer trachte zichzelf
de tooneelen van het feest met zulk eene levendigheid voor te stellen, dat hij
in staat is ze als een ooggetuige te beschrijven. De bijzonderheden, in deze Les
gegeven, ofschoon noodzakelijk weinig omvangrijk, zullen waarschijnlijk voor
dit doel voldoende zijn.
In de volgende Schets moesten de uitlegging van het «levende water» en de
toepassing van de Les binnen een klein bestek saamgedrongen worden, daar
de noodzakelijke bijzonderheden van de uitwendige tooneelen zulk eene groote
plaats innamen; maar indien de onderwijzer Les XVII naleest, zal hij daar
het geheele onderwerp uitvoeriger behandeld vinden.
Het is misschien goed er den onderwijzer aan te herinneren, dat hij zeer
voorzichtig zij met het gebruik van het woord «Christus» in deze en andere
Lessen. Kinderen komen er licht toe het als een eigennaam te beschouwen
— als (om zoo te spreken) den familienaam van Jezus. «Christus» of «de
Chri.stus» was de officiëele titel van Dengene, dien de Joden verwachtten.
«Jezus» was de eigennaam van een Nazareenschen timmerman, die werkelijk
de «Christus» was, ofschoon zij het niet wilden erkennen.