Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
2 INLEIDING.
met volkomen zekerheid een uitspraak kon gedaan worden, waar de ver-
schillende afwijkingen zoovele zijn. Naarmate er questies van dien aard in de
lessen voorkomen, zullen zij daar besproken worden.
3. Elke les bestaat in drie verschillende deelen — (a) een korte Inleiding,
welke opmerkingen «voor den onderwijzer» en verklaringen ten opzichte van
de strekking der les bevat; (b) eene Schets van de te geven Les; i^c) ophelde-
rende Aanteekeningen over de moeilijkheden van den tekst en over punten
de chronologie, de aardrijkskunde, de zeden en gebruiken betreffende. De
Schets van de Les is gegeven met het oog op de gewone klassen der Zon-
dagschool, maar in de Inleiding wordt aangestipt wat toegevoegd, wegge-
laten of gewijzigd kan worden voor de oudere of jongere klassen, terwijl er
nog eenige aanwijzingen worden gegeven omtrent de toepassing enz. De ophel-
derende Aanteekeningen kunnen dienen tot leering van den onderwijzer en,
waar het heip goeddunkt, om op de school gebruikt te worden.
4. De korte tekst of het motto, bij den titel van elke les gevoegd, dient
om de hoofdgedachten der les in één woord weer te geven. Dit betreft niet
zoozeer de toepassing^ die van het onderwerp kan gemaakt worden, als wel
de plaats, die het in de rij der gebeurtenissen inneemt.
5. De teksten, die geleerd moeten worden, zijn met zorg gekozen. Gewoonlijk
worden er twee of meer gegeven, en het spreekt van zelf dat één van beide,
of beide door den onderwijzer opgegeven kunnen worden.
6. Aan onderwijzers, die deze Lessen streng willen volgen, worden ten
slotte nog de volgende drie wenken gegeven:
(a.) Vóór den aanvang der les late men de kinderen niet het gedeelte der
Schrift, dat behandeld moet worden, in zijn geheel lezen, maar neme het in
gedeelten, zooals de Schets aangeeft. Het is zeer ondoelmatig om een geheel
hoofdstuk of een gedeelte daarvan vers voor vers voor te lezen, eerdat de
kinderen er het minste belang in stellen. Voordat de bijbel geopend wordt,
moet er, zoo mogelijk, eenig verlangen zijn om te weten wat er in zal staan.
(b.) Wanneer men zich te huis voorbereidt (en zulk eene voorbereiding
is onontbeerlijk) zoeke men alle teksten op, waarnaar in de Les verwezen
wordt. Misschien kunnen zij niet alle met de kinderen gebruikt worden, maar
dat de onderwijzer ze zelf kent, zal van grooten invloed zijn op de vrucht-
baarheid van zijn onderwijs.
(c.) Men noeme de titels van de verschillende deelen der les niet aan do
kinderen. Zij zijn alleen voor de duidelijkheid aangegeven. Veïhalen moeten in
hun geheel, zonder dal men ze kunstmatig afbreekt, behandeld worden. Bij
het herhalen kunnen de titels met vrucht gebruikt worden.