Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
207 XLV. J)E BEZETEN KNAAP.

overwinnen? Hoe kwam Paulus zijn grooten
«bergen» te boven? Zie 1 Cor. IX : 27;
verg. Hand. XIH : 3, XIV : 23.
III. Hoe de «berg» verzet werd.
Te midden van de verwarring — verschijnt
Jezus! Tot Hem spoeden zij zich allen.
Wie antwoordt op Zijne vraag? Niet de
Schriftgeleerden — zij zijn te zeer teleur-
gesteld door Zijne komst; niet de disci-
pelen — zij schamen zich te veel; niet
het volk, — dat is te verbaasd; wie?
vers 17. Hoor Zijn treurigen uitroep, vers
19 (verg. Matth.), «ongeloovig» — wie
waren dit? {zie hiervóór), «verkeerd»
(d. i. eigenzinnig, zijn «eigen weg» gaande,
Jes. LHI : (5) — waren de spottende
Schriftgeleerden en het wankelende volk
dit niet? «Hoe lang nog bij u?» (verg.
Joh. XIV : 9) — hadden zij Hem nu niet
moeten gekend en vertrouwd hebben?
«hoe lang u nog verdragen?» — had
Hij niet reeds genoeg van hen verdragen?
(Jes. LXIH : 9; Hebr. XH : 3). «Brengt
hem tot Mij» — het groote en eenige
middel tot herstel.
Werpt Jezus den duivel terstond uit?
Waarom niet? Heeft Hij geen medelijden
met het arme kind, dat in hevige stuipen
op den grond ligt? Ja, maar Hij heeft
nog meer medelijden met de « ongeloovige
en verkeerde» harten — Hij moet hun
eene les geven; Hij denkt ook aan allen,
die dit naderhand zullen lezen, aan ons —
allen moeten weten, hoe de Satan over-
wonnen kan worden. Zie wat Hij doet.
(а) De vader moet er alles van ver-
tellen, opdat hij er aan herinnerd worde
hoe treurig het geval is, en allen zien welk
een moeilijk geval het is. (Evenzoo is het
met de zonde. God wil, dat alles beleden
wordt, niet tot Zijne inlichting, maar
opdat de zondaar zijne verkeerdheid moge
gevoelen).
(б) Daarna moeten allen weten welke
zaak werkelijk noodig is. alndien gijkunt,»
zegt de vader — hij is niet zeker, evenals
de melaatsche (Mark. I : 4ö). Neen, dat
is niet genoeg — natuurlijk kan Jezus,
maar dat is niet voldoende — Jezus kon
al de booze geesten in het land uitwerpen,
toch doet Hij het niet. Zie wat Hij zegt.
«Indien gij kunt», — «Het hangt af, niet
van Mijne macht, maar van uw geloof»
{Zie teksten hiervóór) — «indien gij tot
Mij komt, geloovende, dat Ik de Messias Gods
uit den Hemel ben, vol liefde en macht,
dan kan Ik den knaap genezen.» Hoorde
kreet van den weenenden vader — «Ik
geloof,» en toch — hij gevoelt, dat hij
slechts ten halve op Jezus vertrouwt —
maar hij bidt Jezus « zijne ongeloovigheid
te hulp te komen » — bewijst dit niet, dat
hij werkelijk gelooft?
Denkt gij, dat Jezus die bede verhoorde?
Dan deed Hij twee wonderen — wierp
den Satan uit het hart van den vader en
het lichaam van het kind. Maar is de
genezing nu voltooid? — zie, het kind
ligt levenloos op den grond. De stem van
Jezus heeft den geest uitgeworpen, en nu
richt Zijne hand het lichaam op en geeft
het den vader terug.
Een kind, dat van den duivel
bezeten is! Zijn er nog zulke?
Ach, te veel! In Afrika en in China?
Ja, en ook in Europa, in Nederland —
velen, die door den doop aan Christus
werden gegeven, uiterlijk tot Zijnegemeente
behooren, niet onder de macht des Satans
moesten zijn, zijn aan dezen toch onderwor-
pen. Wie zijn zij? Joh. VHI: 44; Ef.H:2;
1 Joh. IH : 8. Elk uwer i.s, wanneer hij
zondigt, in de macht van den Satan. Som-
tijds is er een moeilijk geval, een «berg»
van moeilijkheid. Wij, onderwijzers, wen-
schen u te verlossen — maar zijn som-
migen niet zeer weerspannig? — Welnu,