Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
XLIII. DE BELIJDENIS VAN PETRUS. 195
Les XLIII. — De Belijdenis van Petrus.
Ä Gij zijt Petrus ».
Te lezen — Matth. XVI : 13—19; (verg. Mark. VIII : 27—29; Luk. IX : 18—20).
Te leeren — Joh. VI : 45; 1 Petrus II : 4—6. (Gez. 55 : 1, 2).
Vele onderwijzers zullen een weinig tegen deze Les opzien, om het niet
ongewone denkbeeld, dat het welbekende vers aOij zijt Petrus», enz. eigenlijk
liever weggeredeneerd moest worden, uit vrees, dal het de zaak van het Paus-
dom ondersteunen zal. Voor deze vrees is echter in het geheel geen reden. Of het
woord «Petra» op Petrus betrekking heeft of niet, is eene zuiver critische
quaestie (zie hierover Aant. 3, 4), welke geenerlei invloed heeft op het voor-
recht, dat hem werkelijk geschonken werd: een onloochenbaar voorrecht,
ofschoon het niet den minsten waarborg geeft voor de macht, waarop de pausen
aanspraak maken (Zie Aant. 6).
De onderwijzers van oudere klassen moeten er op voorbereid zijn dit onder-
werp te behandelen, maar dat zij het toch vooral met kalmte en vertrouwen
doen, en niet alsof ons geschil met het Romanisme afhing van de vertolking
eener moeilijke metaphorische uitdrukking. Er zijn jongens en meisjes in
streken, welke onder den invloed staan van het Katholicisme, die denken,
dat indien met de «Petra» in dezen tekst Petrus wordt bedoeld, de Kerk van
Rome dan ook de ware Kerk is; men moet juist aantoonen, dat deze gevolg-
trekking ongerijmd is.
In geen gedeelte van de Schrift komt het eigenlijke karakter van het gewichtige
leerstuk van de Godheid van Christus duidelijker uit dan hier. Hoe beperkt
de kennis van Petrus ook geweest moge zijn, toch was het geloof, dat hem
tot een rots maakte, waarop de Kerk werd gebouwd, klaarblijkelijk het gelooi
aan dat leerstuk. Met nadruk moet dus op het hoog gewicht van deze leer
gewezen worden, vooral tegenover andere leerlingen, die gewend zijn na te
denken en die dikwijls gevaar loopen om onder moderne invloeden te komen.
Tegelijkertijd moet men duidelijk doen inzien, dat «rechtzinnigheid» alleen
van geen nut is, dat alleen het geloof des harten den strengsten theoloog tot
een «rots» in de ware Kerk kan maken.
Schets van de Les.
Hoe vreemd moet het voor de Apostelen
geweest zijn, om nu in de bergen en in
afgelegen gedeelten des lands te zwerven,
nadat Jezus door het volk verworpen is
geworden! Toen zij hun eigen tehuis, hun
bedrijf, enz. hadden verlaten, verwachtten
zij een schitterenden uilslag. — Zoo was
het ook in het begin — krachtige won-
deren, groote opgang onder het volk —
daarna tegenstand van de voornaamste
personen — daarna, juist toen Hij het
meeste opgang maakte, verandering in de
gezindheid, discipelen vallen af — nu schijnt
alles er donker uit te zien. Het is waar,
er zijn vele dankbare belijders van den
Heer in Dekapolis (uorigre Les), maar dezen