Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
192
XLII. IN DEKAPOLIS. 192
nu in een ander deel des lands gekomen,
Dekapolis (Mark. VH : 31), (zie Aant. i)
ten oosten van het Meer van Gennesaret —
daar is Hij op de bergen. De menschen
hier verschillen zeer van de Joden van
Kapernaüm — verscheidene natiën door-
een, Joden, Grieken, Syriers, enz. — niet
zoovele Schriftgeleerden en Synagogen —
meer onwetendheid, enz. Toch hadden zij
van Jezus gehoord — sommigen hadden
Hem gezien (Matth. IV : 25) — en die
man, dien wij kennen, de bezetene, die
eens in de graven gewoond had — zie
wat hij in dit land gedaan had. Mark. V: 20.
En wat zullen zij nu doen, nu de
groote Leeraar en Geneesmeester Zelf hier
is? Zie de scharen volks, welke de steile
bergen opklimmen! — Wie dragen zij met
moeite voort? Zie hoe gaarne zij de eersten
willen zijn, en hunne zieke vrienden voor
Jezus neerwerpen, vers 30! Dan het
wonder — stommen spreken met eene
nieuwe stem; — kreupelen springen op
van hunne mat en werpen de krukken
weg; zij, die vroeger op het gevoel hun
weg moesten vinden, zien nu vol blijd-
schap hunne vrienden. Welke voorspelling
werd aldus vervuld? tekst om te
leeren).
Is verwondering het eenige, wat hierdoor
wordt opgewekt? Ook lof — en wien
loven zij? Zij wisten niet, dat Jezus God
was, zij zagen dus op tot God in den Hemel;
de onwetende Heiden stemde samen met
den Jood, om «den God van Israël te ver-
heerlijken ».
2. Eene schare van hongerigen. (Lees
vers 32—39).
Niet eene andere schare — dezelfde
menschen. Door verwondering en dank-
baarheid gedreven, kunnen zij Jezus niet
verlaten — uur op uur, dag en nacht
luisteren zij naar Zijne aangename woor-
den — zij kunnen niet te veel hooren —
(is dit ook met ons het geval?) Wat zegt
Jezus eindelijk op den derden dag? Hebben
de discipelen dien gedenkwaardigen avond
vergeten, toen zij de rijen der 5000 langs
gingen met de stukken brood en visch? —
Voorzeker niet — maar zij denken niet,
dat Jezus ooit het wonder herhalen zal —
hunne vraag (vers 33) is dus natuurlijk —
Jezus duidt het hun niet ten kwade (Zie
Aant. 2). Toch —wat volgt er nu? Weder
wordt Hem een kleine voorraad spijze
gebracht — weder een plechtig dankge-
bed — weder een rondgaan van rij tot
rij — een verzadigen van de hongerigen —
een opnemen van de brokken — misschien
weder een geroep van « Laat Hem Koning
zijn! » — Zeker nog een haastig vertrek,
vers 39.
Hier was eene menigte met alle soorten
van lichamelijke behoeften — maar ook
met ééne geestelijke behoefte. Wij stellen
dus deze twee vragen: —
I. Hoe werden deze behoeften
vervuld?
Door het medelijden van Jezus"? Ja,
gedeeltelijk; zie vers 32 en Mark. VIII: 2.
Toen deze scharen den berg bestegen,
kon Hij in elk hart zien — kende aller
omstandigheden. Hoeveel dingen, die Zijn
medelijden opwekten — en hoe diep zal
Hij alles gevoeld hebben (Zie Les XXIV,
onder «medelijden»). En zie Mark. VII: 34;
VHI : 12 — Jezus zuchtte. Maar wij ge-
voelen ook wel medelijden met de behoef-
tigen en lijdenden; vervullen wij echter
altijd hunne behoeften? Waaromniet? —
Wij hebben er de middelen, de macht
niet voor. Dus is medelijden op zichzelf
niet genoeg.
Door de macht van Jezus? Ja, gedeel-
telijk ook hierdoor; en welk een zegen is
zulk eene macht. Maar wij hebben ook
somtijds de macht (in het kleine), om
anderen te helpen; helpen wij hen echter